Wanneer leer je kinderen echt ‘goed’ rekenen?

Goed rekenonderwijs begint niet bij de vraag waarom een kind iets nog niet kan, maar bij de vraag wat een leerkracht precies moet doen om dat leren mogelijk te maken. In dit gesprek verschuift het perspectief daarom bewust van leerling naar professional: niet kinderen moeten “beter leren rekenen”, maar wij moeten kinderen beter leren rekenen. Hierover spreek ik met Wied Ruijssenaars en Anouk Kersten. Wied is emiritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Samen met Cécile Ruijssenaars-Elshoff onder andere auteur van de boeken Berekend! en Eerste Hulp Bij Instructie. Anouk is leerkracht op De Uilenspiegel, een school voor ervaringsgericht onderwijs. Ze is ook rekencoördinator in opleiding.

Dat vraagt om vakmanschap. De gasten laten zien dat goed rekenonderwijs staat of valt met zicht op voorkennis, een heldere opbouw van procedures en het vermogen om doelgericht te kiezen wat wél en niet nodig is uit methode en curriculum. Juist daar wringt het volgens hen vaak: methodes zijn overladen, leerlijnen worden onvoldoende bewaakt en de overdracht tussen groepen is lang niet altijd vanzelfsprekend.

Tegelijk klinkt er ook een constructieve boodschap door. Rekenen hoeft niet droog of mechanisch te zijn. Betekenisvolle activiteiten, rijke contexten en aandacht voor welbevinden kunnen helpen, zolang ze verbonden blijven met expliciete instructie en stevige kennisopbouw. Wie kinderen wil laten rekenen in de wereld, moet eerst zorgen dat de bouwstenen aanwezig zijn.

Zo ontstaat een praktische maar belangrijke boodschap: vereenvoudig waar het kan, wees precies waar het moet. En houd als leerkracht de regie over het leerproces in de klas.

Kernpunten uit het gesprek

🔹 Goed rekenonderwijs begint bij de professional niet bij de leerling: de centrale vraag is niet wat een kind niet goed kan (of mankeert, denk aan dyscalculie), maar wat een leerkracht systematisch dient aan te bieden, uit te leggen en te oefenen.

🔹 Voorkennis is doorslaggevend. Zonder zicht op voorkennis, procedures en de opbouw daartussen raakt instructie al snel te algemeen of ineffectief.

🔹 Veel methodes zijn volgens de gasten overvol. Niet alles wat in een les staat, draagt direct bij aan het leerdoel; schrappen kan ruimte geven voor meer oefening en gerichtere instructie.

🔹 Betekenisvol rekenen is waardevol, maar alleen als het verbonden blijft met expliciete kennisopbouw. Contexten, verhalen en activiteiten vervangen de basis niet.

🔹 Een vaste basisprocedure helpt alle leerlingen, juist ook de zwakkere. Variatie kan daarna volgen, maar vraagt steeds om teruggrijpen op een helder fundament.

Quotes uit het gesprek:

“Wij zijn degene die de kinderen moeten leren rekenen. Leg niet telkens de verantwoordelijkheid bij de leerling.”

“Je kunt in veel gevallen gewoon de helft wegknippen en dan hou je dus tijd over om belangrijkere dingen te doen.”

“Een methode is een middel en zelf ben jij daarin leidend en sturend. Maar wees alsjeblieft geen slaaf van je methode.”

Deze podcast maak ik samen met JSW, hèt vakblad voor het basisonderwijs. JSW is al jaren het naslagwerk voor leerkrachten en onderwijsprofessionals in het primair onderwijs. JSW is praktijkgericht, duidelijk en toegankelijk! En wist je dat JSW ook een thematisch deel heeft? Met zes rijke edities per schooljaar ben jij zo helemaal bij! Bijvoorbeeld nieuwsgierig naar ICT & Media, basisvaardigheden, sociaal emotionele ontwikkeling of actuele ontwikkelingen op het gebied van lezen? Kijk op JSW.nl!

Bekijk ons gesprek eens op YouTube!

Tijdstempels

00:00 – Welkom en introductie
01:40 – Centrale vraag
03:04 – Professionele verschuiving
04:38 – Rekenen in de praktijk
05:11 – Ervaringsgericht onderwijs
06:13 – Zorgen rekenonderwijs
07:53 – Overladen methodes
11:30 – Doelgericht werken
16:03 – Belang voorkennis
19:17 – Misverstand automatiseren
24:30 – Vaste procedure
28:33 – Betekenisvol rekenen
30:09 – Praktisch logboek
34:17 – Leren doe je samen
35:21 – Terug naar vakmanschap