Didactiek en Pedagogiek

Instructie – Toetsen – Vakmanschap – Voorkennis – EDI – Veiligheid – Leren lezen – Herhalen – Leerlingvolgsysteem – Rekenen – Vertrouwen – Pesten – Maakonderwijs – Checken van begrip – Kennis – Toetsrevolutie – Formatief handelen – Stress – Nieuwsgierigheid

Wat is een veilige klas eigenlijk?

Een veilige klas is niet automatisch een stille klas. Rust kan een teken van veiligheid zijn, maar achter stilte kan ook stress, terugtrekgedrag of onzekerheid schuilgaan. Veiligheid gaat daarom minder over orde alleen en meer over de vraag of leerlingen zich gezien, gewaardeerd en voldoende ontspannen voelen om te kunnen leren. Hierover spreek ik met Pascal Tijdink en Els van der Wel in deze nieuwe aflevering. leggen uit waarom de leerkracht een centrale rol heeft in het realiseren van veiligheid in het klaslokaal. Relatie, voorspelbaarheid en professionele zelfreflectie komen vaak terug als kernthema’s. Een leerling die veel stress ervaart, kan moeite ervaren met concentreren, emotieregulatie en volgehouden aandacht. Gedrag dat op het eerste gezicht lastig, ongemotiveerd of storend lijkt, kan daarmee ook een signaal zijn dat een leerling zichzelf op dat moment onvoldoende kan reguleren. Tegelijkertijd vraagt veiligheid niet om een klas waarin iedere hobbel wordt weggenomen. Leerlingen moeten juist ruimte krijgen om fouten te maken, grenzen te verkennen en moeilijke dingen te oefenen. Dat vraagt om duidelijke kaders én flexibiliteit. De veilige klas is daarmee geen eindpunt dat na de gouden weken bereikt is, maar iets waaraan leerlingen en leerkrachten gedurende het hele schooljaar samen blijven werken.

Kernpunten uit het gesprek

🧠 Veiligheid is een voorwaarde voor leren, omdat sterke stress het moeilijker maakt om functies als concentratie, aandacht en emotieregulatie te gebruiken.

🤝 De relatie tussen leerkracht en leerling vormt een belangrijke basis. Vooral leerlingen die veel stress ervaren hebben verbinding met een volwassene nodig om zichzelf beter te kunnen reguleren.

🔍 Gedrag vraagt om interpretatie. Vechten, vluchten en bevriezen kunnen verschillende uitingen van stress zijn, waarbij vooral teruggetrokken gedrag gemakkelijk over het hoofd wordt gezien.

🪞 Een veilige klas vraagt ook zelfkennis van de leerkracht. Weten welk gedrag je triggert en herkennen wanneer je zelf uit balans raakt, helpt om bewuster en minder reactief te handelen.

🌱 Veiligheid betekent niet dat fouten, spanning en moeilijke opdrachten verdwijnen. Juist binnen een betrouwbare omgeving kunnen leerlingen uitdagingen aangaan, feedback ontvangen en ervaren dat ontwikkeling mogelijk is.

Quotes uit het gesprek:

“Een rustige klas hoeft geen veilige klas te zijn.”

“Die kinderen zijn niet lastig, maar die hebben het lastig.”

“Wat mij betreft mag het een heel gouden schooljaar worden.”

Deze podcast maak ik samen met JSW, hèt vakblad voor het basisonderwijs. JSW is al jaren het naslagwerk voor leerkrachten en onderwijsprofessionals in het primair onderwijs. JSW is praktijkgericht, duidelijk en toegankelijk! En wist je dat JSW ook een thematisch deel heeft? Met zes rijke edities per schooljaar ben jij zo helemaal bij! Bijvoorbeeld nieuwsgierig naar ICT & Media, basisvaardigheden, sociaal emotionele ontwikkeling of actuele ontwikkelingen op het gebied van lezen? Kijk op JSW.nl!

Bekijk ons gesprek eens op YouTube!

Tijdstempels

00:00 – Veilige klas
02:14 – Stress verminderen
05:22 – Relatie bouwen
07:50 – Rust misleidt
09:42 – Stressreacties herkennen
11:56 – Identiteit erkennen
13:38 – Zelfreflectie oefenen
16:27 – Complimenten geven
18:53 – Samen reguleren
21:50 – Gouden schooljaar
23:55 – Voorspelbaarheid bieden
29:52 – Samen oplossingen
33:20 – Veilig presteren
37:29 – Emoties herkennen
40:21 – Gezien worden

Bronnen & verdieping

Carol Dweck – onderzoek naar mindset en feedback
In het gesprek verwijst Els expliciet naar het onderzoek van Carol Dweck over fixed en growth mindset. Onderzoek rond Dweck laat onder meer zien dat procesgerichte feedback — bijvoorbeeld gericht op inspanning en strategie — samenhangt met sterkere overtuigingen dat vaardigheden ontwikkeld kunnen worden en met meer bereidheid om uitdagingen aan te gaan.

Adverse Childhood Experiences ACEs – CDC
Pascal verwijst naar ingrijpende ervaringen in de jeugd en de mogelijke gevolgen daarvan. Het klassieke ACE-onderzoek laat een dosis-responsrelatie zien: naarmate mensen meer typen belastende jeugdervaringen rapporteren, nemen verschillende risico’s voor gezondheid en welzijn toe. De precieze aantallen die Pascal in het gesprek voor een ‘gemiddelde klas’ noemt, kan ik op basis van deze bron niet één-op-één bevestigen.

Op den Kelder et al. – Executive functions in trauma-exposed youth
Een meta-analyse van 55 studies met ruim 8.000 jongeren vond dat blootstelling aan trauma samenhing met gemiddeld lagere scores op werkgeheugen, inhibitie en cognitieve flexibiliteit. Dat sluit aan bij de bespreking van stress en executieve functies in het gesprek.

Traumasensitief onderwijs
Recent Nederlands onderzoek naar een schoolbrede trauma-informed aanpak vond na het eerste implementatiejaar bescheiden positieve veranderingen, onder meer in de ervaren sfeer in de klas en veerkracht. Dat ondersteunt de relevantie van deze benadering, maar rechtvaardigt geen claim dat traumasensitief onderwijs op zichzelf alle genoemde problemen oplost.

Psychologische flexibiliteit in het onderwijs – Maaike Steeman en Femke Klomp
Dit boek wordt door Pascal zelf als verdiepende bron genoemd. Het wordt daar gekoppeld aan zelfkennis, psychologische flexibiliteit en de rol van de onderwijsprofessional.

Handmodel van Daniel Siegel
Ook het handmodel van Siegel wordt expliciet in het gesprek genoemd als praktisch hulpmiddel om met leerlingen over emoties, regulatie en het ‘denkbrein’ te spreken.

Waar zit de bron van de rekenramp in NL (en wat kunnen we eraan doen)?

Goed leren rekenen draait niet alleen om het vinden van het juiste antwoord. Het vraagt om een stevige basis van kennis en procedures waarop later complexere wiskunde kan worden gebouwd. Volgens wiskundeleraar en auteur Liesbeth van der Plas is juist die basis in het Nederlandse rekenonderwijs te kwetsbaar geworden.

Van der Plas ziet leerlingen in het voortgezet onderwijs binnenkomen die onvoldoende met breuken kunnen rekenen, terwijl die kennis noodzakelijk is voor algebra, natuurkunde en andere bètavakken. Een belangrijke oorzaak ziet ze in een curriculum waarin leerlingen veel verschillende strategieën en contextopgaven aangeboden krijgen, maar fundamentele rekenbewerkingen onvoldoende automatiseren en beheersen. Deze problematiek werkt volgens haar door tot in de lerarenopleiding. Pabo-studenten kunnen een rekentoets halen zonder noodzakelijkerwijs boven de rekenstof te staan die ze later zelf moeten onderwijzen. Daarmee ontstaat een vicieuze cirkel.

De oplossing zoekt Van der Plas niet in méér doelen of complexere methodes, maar juist in vereenvoudiging: een beperkt aantal fundamentele rekenprocedures expliciet aanleren, veel oefenen en pas daarna ruimte maken voor toepassing, flexibiliteit en creativiteit. Aan de hand van specifieke voorbeeldopgaven bespreken we hoe dit eruit kan zien in de dagelijkse praktijk.

Kernpunten uit het gesprek:

🧱 Een stevige beheersing van optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen en breuken vormt volgens Van der Plas het fundament waarop later algebra, wiskunde en andere bètavakken worden gebouwd.

🔄 Het aanbieden van meerdere oplossingsstrategieën kan volgens haar juist extra cognitieve belasting veroorzaken. Vooral leerlingen die moeite hebben met rekenen kunnen afhaken wanneer ze telkens opnieuw een andere werkwijze moeten leren.

🎓 De problemen werken volgens Van der Plas door tot de pabo: toekomstige leraren kunnen formeel een rekentoets halen, terwijl ze bepaalde basisbewerkingen nog onvoldoende beheersen of uitleggen.

🧠 Motivatie ontstaat niet alleen door rekenen aantrekkelijk of herkenbaar te maken. Succeservaringen en beheersing kunnen er juist voor zorgen dat leerlingen plezier krijgen in het vak en de onderliggende structuur gaan zien.

🔍 Goed rekenonderwijs vraagt volgens het gesprek ook om vakmanschap van leraren: zelf boven de stof staan, kritisch naar methodes kijken en bewust bepalen welke oefeningen werkelijk bijdragen aan het beoogde leerdoel.

Quotes uit het gesprek:

“Creativiteit, motivatie en verschillende oplossingen zoeken als leerling zijn allemaal belangrijk. Maar dat komt pas daarna. Je moet eerst kunnen optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen.”

“De essentie van rekenen is voor mij dat je het kunt opschrijven. Dat je de berekening laat zien en laat zien: ik snap hoe dit in elkaar zit.”

“Als je dit als kind niet meekrijgt, omdat je zoveel strategieën krijgt en het hele rekenbouwwerk niet overziet als je de basisschool verlaat, dan zie je niet hoe mooi wiskunde in elkaar zit.”

Tijdstempels

00:00 – Rekenproblemen Nederland
01:16 – Ontbrekende voorkennis
03:08 – Breuken beheersen
05:31 – Rekenmethode ontwikkelen
07:12 – Bètakeuze motivatie
09:11 – Vicieuze cirkel
11:06 – Rekentoets tekort
13:32 – Realistische context
15:16 – Cognitieve belasting
16:20 – Meerdere strategieën
18:51 – Basisbewerkingen beheersen
22:20 – Breuken rekenen
25:29 – Maatschappelijke gevolgen
29:10 – Pabo verantwoordelijkheid
36:12 – Schoolteams verbeteren

Bekijk ons gesprek eens op YouTube!

Bronnen en verdieping

Rekenen voor de Pabo – Liesbeth van der Plas
Boek met uitleg, oefeningen en uitgewerkte antwoorden voor pabo-studenten.

Foutloos leren rekenen in groep 7 en 8 – Liesbeth van der Plas
Materiaal gericht op het systematisch beheersen van rekenvaardigheden in de bovenbouw van het basisonderwijs.

De gelukkige rekenklas aan het werk
Bundel waarin Van der Plas een hoofdstuk schreef over de staat van ons rekenonderwijs.

Sommenfabriek.nl
Website met uitleg, oefeningen en instructiemateriaal waar Van der Plas in het gesprek naar verwijst.

Rekenen voor het voortgezet onderwijs met een uitwerking van de rekendoelen en uitwerkingen op de middelbare school

Goed onderwijs met minder leerkrachten, (hoe) kan dat?

Het lerarentekort in Nederland zal in de toekomst oplopen. Zodra scholen structureel met minder bevoegde leerkrachten moeten werken, komen fundamentele keuzes naar voren: welke kennis en vaardigheden zijn onmisbaar, welke taken kunnen door andere professionals worden uitgevoerd en hoe bewaak je pedagogische en didactische samenhang? Anders organiseren is daarmee geen noodoplossing voor een roosterprobleem, maar een onderwijskundige (complexe) opgave waar sommige scholen niet omheen kunnen. Dit vraagt van scholen dat zij opnieuw kijken naar hun visie op goed onderwijs, naar wat hun leerlingen nodig hebben en naar de manier waarop verschillende professionals daar gezamenlijk verantwoordelijkheid voor kunnen dragen.

Te gast om hierover te spreken is Karlijn de Jong, verbonden aan de Hogeschool Leiden. Ze onderzocht dit vraagstuk samen met zes scholen die al langere tijd met personeelstekorten te maken hebben. Haar belangrijkste inzicht is dat anders organiseren niet begint bij het rooster, maar bij de visie op goed onderwijs. Scholen moeten eerst bepalen wie hun leerlingen zijn, welke pedagogische en didactische kwaliteit zij willen bieden en welke kennis en vaardigheden daarvoor nodig zijn.

Dat vraagt ook om een andere blik op professionals. Niet alleen een bevoegdheid telt, maar ook wat iemand aantoonbaar kan, waarin begeleiding nodig is en welke taken juist bij bevoegde leraren moeten blijven. Tegelijkertijd blijkt samenwerking alleen goed te werken wanneer scholen duidelijke pedagogische en didactische afspraken maken. Anders organiseren is daarmee geen kant-en-klaar model. Het vraagt om een lerend team dat keuzes onderzoekt, effecten volgt en steeds opnieuw bijstuurt.

Kernpunten uit de podcast:

🧭 Begin bij de visie. Anders organiseren begint niet met een roosterprobleem, maar met de vraag wat goed onderwijs voor deze specifieke leerlingen betekent.

🔬 Verbind praktijk en onderzoek. De scholen onderzochten wat in hun eigen praktijk werkte en verbonden die ervaringen aan theoretische en wetenschappelijke kennis.

🤝 Kijk breder naar bekwaamheid. Een bevoegdheid geeft belangrijke informatie, maar scholen kunnen ook onderzoeken welke taken andere professionals verantwoord kunnen uitvoeren en waar hun grenzen liggen.

🧩 Bewaak pedagogische samenhang. Wanneer meerdere professionals met dezelfde groep werken, worden gezamenlijke routines, taal en didactische afspraken belangrijker voor rust en voorspelbaarheid.

🌱 Organiseer een lerend systeem. Visie, gezamenlijk leren, steun vanuit school en bestuur en goede borging zijn voorwaarden om onderwijs duurzaam anders te organiseren.

Quotes uit het gesprek

“Goed onderwijs vraagt echt om even stilstaan en nadenken. Dus waarvoor is deze school er eigenlijk? Wie zijn onze kinderen? Wat is op deze school goed onderwijs?”vak rekenen.”

“Samenwerking is veel meer dan elkaar een factuur sturen.”

“Anders organiseren gaat dus niet over: doe dit of dat, maar organiseer de bekwaamheid om met elkaar systematisch na te denken over je inzet.”

Tjipcast wordt mogelijk gemaakt door:

Wetenswaardig. Wil jij thematisch onderwijs realiseren, op basis van directe instructie, rijke teksten, en ook nog eens volledig kerndoel dekkend zijn? Wetenswaardig is een compleet uitgewerkte lesmethode voor leraren in het primair onderwijs. Nieuwsgierig? Kijk op Wetenswaardig voor meer informatie!

JSW. Hét vakblad voor leerkrachten en onderwijsprofessionals. JSW is praktijkgericht, duidelijk en toegankelijk! En wist je dat JSW ook een thematisch deel heeft? Met zes rijke edities per schooljaar én extra inspiratie via de website en nieuwsbrief blijf jij zo helemaal bij! Bijvoorbeeld nieuwsgierig naar basisvaardigheden, burgerschap, meertaligheid, sociaal emotionele ontwikkeling of actuele ontwikkelingen op het gebied van lezen? 

Bronnen en linkjes

Goed onderwijs met minder leerkrachten – Hogeschool Leiden
Het centrale onderzoeksproject van Karlijn de Jong, uitgevoerd met zes basisscholen uit Onderwijsregio Haaglanden. Hier staan ook het onderzoeksverslag en de belangrijkste opbrengsten.

Goed onderwijs met minder leerkrachten: de opbrengsten
Overzicht met de onderzoeksresultaten, praktijkervaringen en de podcastserie waarin onder meer de vier succesfactoren verder worden uitgewerkt.
Bekijk de opbrengsten

Achtergrond bij het onderzoek – Hogeschool Leiden
Artikel over de zes deelnemende scholen en de manier waarop zij kijken naar competenties, rollen en het organiseren van onderwijs met minder bevoegde leerkrachten.
Lees het achtergrondartikel

Maatregelen voor anders organiseren van primair onderwijs – Hogeschool Utrecht
Onderzoek uit 2025 naar experimenten van Utrechtse basisscholen met anders organiseren, inclusief keuzes, veranderprocessen en ervaren gevolgen voor leerlingen en personeel. Dit sluit direct aan bij het onderzoek dat in het gesprek wordt genoemd.

Anders organiseren in het voortgezet onderwijs – Voion
Inventarisatie van verschillende vormen van anders organiseren in het VO en de gevolgen daarvan voor onderwijsprofessionals.

Aanpak lerarentekort – Rijksoverheid
Achtergrondinformatie over het lerarentekort, regionale samenwerking en de wettelijke ruimte om onderwijs onder voorwaarden anders te organiseren, onder meer met andere professionals.

Wat voor maatregelen nemen scholen om hun onderwijs anders te organiseren en hoe pakken zij dit aan? – Tjipcast
Een direct inhoudelijk verwante aflevering over de keuzes die scholen maken bij anders organiseren, welke maatregelen zij nemen en hoe zulke veranderingen in de praktijk worden vormgegeven.

Hoe krijgen we het fundament van het onderwijs op orde? – Tjipcast
Een inhoudelijk aansluitend gesprek over de basisvoorwaarden voor goed onderwijs, waaronder onderwijskwaliteit, professionaliteit en de manier waarop scholen duurzame keuzes kunnen maken.

Tijdstempels

00:00 – Minder leerkrachten
02:10 – Onderwijsvisie bepalen
04:05 – Praktijkaanleiding onderzoeken
06:05 – Visie ontwikkelen
09:21 – Anders organiseren
10:11 – Succesfactoren bespreken
11:26 – Bestuurlijke ondersteuning
16:53 – Pedagogische samenhang
19:31 – Externe professionals
23:01 – Commerciële samenwerking
25:10 – Kwaliteit bewaken
28:02 – Praktijkgericht onderzoeken
32:31 – Bekwaamheid benutten
34:44 – Groepsgericht organiseren
37:02 – Visie herpakken

Rekenangst in het mbo?!

Rekenen roept bij veel mbo-studenten niet alleen onzekerheid op, maar soms ook jarenoude herinneringen aan mislukking, achterstand of het gevoel er simpelweg niet goed in te zijn. Volgens rekendocent Dirk Megens is juist dat beeld hardnekkig: het idee dat rekenen iets is wat je óf kunt, óf niet kunt. Vaak wordt rekenen (beta) ook tegenover aanleg voor bijvoorbeeld taal geplaatst (alfa). Helaas moet het mbo ook kritisch in de spiegel kijken. We slagen er onvoldoende in rekenen op goed niveau aan te bieden aan studenten in het beroepsonderwijs en de minimale niveaus te halen voor het uiteindelijke beroep. Ook bestaan er veel misvattingen over rekenen in het mbo. Bijvoorbeeld in relatie tot foutloos hoofdrekenen, hulpmiddelen wel of niet in zetten en het belang van dagelijkse gecijferdheid: cijfers kunnen begrijpen en gebruiken in werk, wonen, geldzaken en andere alledaagse situaties. Al met al is rekenangst een reëel probleem bij studenten in het mbo.

Dit alles vraagt om onderwijs waarin studenten hulpmiddelen leren gebruiken, rekentaal leren begrijpen en vooral voldoende succeservaringen opdoen. Maar ook om docenten die weten waar studenten staan en hun uitleg daarop kunnen aanpassen. Effectieve didactiek is daarbij belangrijk. Een digitale methode openzetten en studenten zelfstandig laten werken is volgens Megens dan niet genoeg. Rekenangst verminderen begint bovendien bij relatie en vertrouwen. Wie weet waar een student vandaan komt, welke ervaringen iemand met rekenen heeft gehad en welke context voor hem of haar betekenisvol is, kan beter aansluiten. Zo verschuift het perspectief van ‘ik kan nou eenmaal niet rekenen‘ naar de ervaring dat vooruitgang wel degelijk mogelijk is. Hoe dat mogelijk is bespreken we ook in deze aflevering aan de hand van diverse praktijkvoorbeelden.

Kernpunten uit de podcast:

🧮 Rekenen gaat in het mbo vooral over dagelijkse gecijferdheid. Studenten moeten cijfers kunnen interpreteren en gebruiken in concrete situaties, niet uitsluitend bewerkingen uit het hoofd beheersen.

🧠 Rekenangst wordt mede gevoed door eerdere ervaringen en overtuigingen. Studenten kunnen jarenlang meenemen dat zij slecht zijn in rekenen, waardoor nieuwe rekenlessen oude weerstand opnieuw oproepen.

🛠️ Hulpmiddelen kunnen juist zelfvertrouwen geven. Een rekenmachine, rekenkaart of woordenboek verlaagt niet simpelweg de eisen, maar helpt studenten om realistische rekenproblemen beter aan te pakken.

🤝 Relatie is volgens Megens een belangrijke didactische voorwaarde. Een docent die de student, diens rekenverleden en belevingswereld kent, kan beter aansluiten en vertrouwen opbouwen.

🎓 Goed rekenonderwijs vraagt om gespecialiseerde didactische kennis. Grote niveauverschillen, rekentaal en verschillende oplossingsstrategieën maken rekenen tot meer dan een vak dat een docent er zonder voorbereiding bij kan doen.

Quotes uit het gesprek

“De relatie is natuurlijk het allerbelangrijkste bij het vak rekenen.”

“OBK zeg ik altijd: oefening baart kunst.”

“Goed rekenonderwijs begint bij goed geschoolde rekendocenten die verstand hebben van verschillende vormen van differentiatie en van rekendidactiek.”

Tjipcast wordt mogelijk gemaakt door:

Wetenswaardig. Wil jij thematisch onderwijs realiseren, op basis van directe instructie, rijke teksten, en ook nog eens volledig kerndoel dekkend zijn? Wetenswaardig is een compleet uitgewerkte lesmethode voor leraren in het primair onderwijs. Nieuwsgierig? Kijk op Wetenswaardig voor meer informatie!

JSW. Hét vakblad voor leerkrachten en onderwijsprofessionals. JSW is praktijkgericht, duidelijk en toegankelijk! En wist je dat JSW ook een thematisch deel heeft? Met zes rijke edities per schooljaar én extra inspiratie via de website en nieuwsbrief blijf jij zo helemaal bij! Bijvoorbeeld nieuwsgierig naar basisvaardigheden, burgerschap, meertaligheid, sociaal emotionele ontwikkeling of actuele ontwikkelingen op het gebied van lezen? 

Bronnen en linkjes

Leidraad Werken aan rekenen en gecijferdheid in het mbo
Een recente, onderzoeksmatig onderbouwde leidraad voor docenten en mbo-instellingen over effectief reken- en gecijferdheidsonderwijs. Sluit sterk aan bij thema’s uit het gesprek zoals differentiatie, betekenisvolle contexten en docentkwaliteit.

Taal en Rekenen MBO – nieuwe rekeneisen
Over de sinds schooljaar 2022–2023 ingevoerde rekeneisen voor mbo-niveau 2, 3 en 4. Dit sluit direct aan bij Megens’ uitleg over de nieuwe benadering van rekenen en gecijferdheid.

Coöperatie Examens MBO – rekenexamens
Informatie over de huidige rekenexamens in het mbo en de examinering voor niveau 2, 3 en 4.

Rekenkaarten voor het mbo
Dirk Megens verwijst uitgebreid naar de rekenkaart als hulpmiddel. Op zijn eigen website is een actuele versie van de rekenkaart beschikbaar, met onder meer het metriek stelsel, verhoudingen, procenten en rekenbegrippen.

Gecijferdheid en het werk van Kees Hoogland
Hoogland wordt expliciet genoemd in het gesprek als belangrijke pleitbezorger van numeracy of gecijferdheid: niet alleen sommen uitvoeren, maar kwantitatieve informatie in het dagelijks leven kunnen interpreteren en gebruiken. De website Gecijferdheid Telt Mee biedt hier verdere verdieping bij.

Onderwijskennis – Versterken van rekenen en gecijferdheid bij mbo-studenten
Een kennisartikel dat specifiek ingaat op het versterken van rekenen en gecijferdheid bij mbo-studenten en aansluit op de nieuwe rekeneisen.

Tijdstempels

00:00 – Rekenangst bespreken
02:09 – Dagelijkse gecijferdheid
04:09 – Diverse studenten
06:35 – Gelijke eisen
07:09 – Rekenkrasjes herkennen
10:48 – Angst overwinnen
12:16 – Hulpmiddelen benutten
15:58 – Succeservaringen creëren
16:34 – Niveauverschillen begeleiden
18:36 – Rekentaal begrijpen
20:55 – Aanwezigheid helpt
22:00 – Relatie opbouwen
23:21 – Rekendidactiek versterken
29:55 – Basis herstellen
31:38 – Rekenvertrouwen groeien

De leerkracht als sleutel tot gedrag in de klas

Gedrag in de klas ontstaat zelden uit het niets. Wat op het eerste gezicht lijkt op expres iets weigeren, storen of escaleren, heeft vaak een aanloop: een overgang die schuurt, een taak die te moeilijk is, spanning van thuis, onzekerheid of een leerling die nog niet goed weet hoe hij met emoties kan omgaan. Juist daarom ligt de sleutel niet alleen bij het corrigeren van gedrag, maar bij het leren kijken naar wat eraan voorafgaat. Over de vraag hoe de leerkracht sleutel is tot gedrag in de klas praat ik met Tessa de Bok, leerkracht speciaal basisonderwijs, redactielid van JSW en schrijfster van het activiteitenboek voor verlies en rouw. En Ruchama Brunsveld, orthopedagoog en leerkracht in het speciaal onderwijs. Momenteel is ze kwaliteitscoördinator bij basisschool Aventurijn in Houten. Allebei schreven ze mee aan het themadeel van JSW over gedrag in de klas!

In dit gesprek staat de rol van de leerkracht centraal: als degene die structuur biedt, voorspelbaar reageert, relaties onderhoudt en tegelijk de veiligheid van de hele groep bewaakt. Dat vraagt pedagogische tact. Soms helpt nabijheid, soms duidelijke consequenties, soms een rustmoment, en soms is extra observatie of expertise nodig. Een belangrijke lijn is dat positief gedrag niet vanzelf ontstaat door vooral te zeggen wat niet mag. Leerlingen hebben baat bij concrete verwachtingen, rustige routines en volwassenen die benoemen wat wél helpt. Daarmee wordt gedrag niet versimpeld tot een individueel probleem, maar gezien als iets dat ontstaat in interactie tussen leerling, leerkracht, groep en context.

Kernpunten uit het gesprek

🔑 De leerkracht heeft veel invloed op gedrag door structuur, voorspelbaarheid en duidelijke verwachtingen. Dat betekent niet dat al het gedrag verdwijnt, maar wel dat veel onrust voorkomen kan worden.

👀 Escalatie begint vaak eerder dan het moment waarop gedrag zichtbaar problematisch wordt. Goed observeren helpt om signalen als wiebelen, grapjes maken, zuchten of discussie zoeken tijdig te herkennen.

🧩 Het ABC-model helpt om gedrag niet als los incident te zien, maar te kijken naar aanleiding, gedrag en gevolg. Daardoor wordt duidelijker wanneer en waardoor bepaald gedrag steeds terugkomt.

🤝 Een sterke relatie tussen leerkracht en leerling werkt de-escalerend. Juist na een conflict of rustmoment is herstel belangrijk, zodat een leerling ervaart dat er opnieuw begonnen kan worden.

🌱 Positieve bekrachtiging vraagt om concreet benoemen wat goed gaat. Niet alleen “goed zo”, maar precies aangeven welk gedrag helpt, maakt verwachtingen zichtbaar voor de hele groep.

Quotes uit het gesprek:

“Ik denk dat jij als leerkracht al heel veel gedrag stiekem weg kan nemen. Niet dat het gedrag er dan nooit meer is, maar wel dat je veel gedrag kan voorkomen als leerkracht.”

“De leerkracht heeft gewoon een grote invloed op het klimaat, op de veiligheid in de klas en de interacties in de klas.”

“Een goede instructie geven of goed klassenmanagement, dat is heel zichtbaar. Maar een stevige of goede band opbouwen is niet altijd direct zichtbaar.”

Deze podcast maak ik samen met JSW, hèt vakblad voor het basisonderwijs. JSW is al jaren het naslagwerk voor leerkrachten en onderwijsprofessionals in het primair onderwijs. JSW is praktijkgericht, duidelijk en toegankelijk! En wist je dat JSW ook een thematisch deel heeft? Met zes rijke edities per schooljaar ben jij zo helemaal bij! Bijvoorbeeld nieuwsgierig naar ICT & Media, basisvaardigheden, sociaal emotionele ontwikkeling of actuele ontwikkelingen op het gebied van lezen? Kijk op JSW.nl!

Bekijk ons gesprek eens op YouTube!

Tijdstempels

00:04 – Introductie van het thema
00:45 – Gasten voorstellen
03:27 – Gedrag leerkracht
05:09 – Professionele ruimte
05:45 – Emotionele voorspelbaarheid
07:51 – Escalatie voorkomen
10:15 – Samen observeren
11:26 – Individueel aanspreken
12:08 – ABC model
13:32 – Trauma herkennen
16:27 – Veilige landingsplaats
18:43 – Structuur consequenties
20:12 – Weerbaarheid oefenen
21:57 – Positief bekrachtigen
28:38 – Groep of individu

Stevige start in Nederland: werken aan een sterke pedagogische basis voor nieuwkomers

Nieuwkomersonderwijs vraagt om meer dan taalonderwijs alleen. Kinderen stappen een school binnen met verschillende thuistalen, onderwijsachtergronden en ervaringen, soms na een lange periode van onzekerheid of onveiligheid. Juist dan wordt de pedagogische basis doorslaggevend: rust, voorspelbaarheid, veiligheid en hoge verwachtingen vormen geen zachte randvoorwaarden, maar het fundament waarop leren mogelijk wordt.

Bij Taalschool Utrecht is die basis bewust uitgewerkt in routines, gezamenlijke taal en een gedeelde manier van kijken naar gedrag. Niet vanuit de gedachte dat alle leerlingen kwetsbaar of zielig zijn, maar vanuit professionele nieuwsgierigheid: wat laat een kind zien, wat weten we nog niet, en wat vraagt dit van ons handelen?

Het leertraject Stevige Start in Nederland laat zien hoe scholen van elkaar kunnen leren door theorie, observatie en teamgesprekken te verbinden. Daarbij gaat het niet om een kant-en-klaar model, maar om een manier van kijken: naar leerlingen, naar leerkrachten, naar het team en naar de relatie met ouders en thuis. Wie nieuwkomersonderwijs serieus neemt, kijkt dus ook kritisch naar eigen aannames, vanzelfsprekendheden en routines. Ik spreek hierover met Esther van Zoest, directeur van Taalschool Utrecht en Eva Schaepkens. Eva is leerkracht groep 7-8, onderwijskundig leider Taalschool ’s-Hertogenbosch en projectleider Talent 2 Teach bij Signum Onderwijs.

Kernpunten uit het gesprek

🧭 Een sterke pedagogische basis maakt leren mogelijk. Rust, voorspelbaarheid en duidelijke routines helpen leerlingen om zich veilig te voelen en ruimte te krijgen voor taal, rekenen en sociaal-emotionele ontwikkeling.

🔍 Aannames staan professioneel handelen vaak in de weg. In nieuwkomersonderwijs zijn vanzelfsprekendheden zelden vanzelfsprekend; leerkrachten moeten steeds opnieuw nieuwsgierig en onderzoekend kijken.

🏫 Pedagogiek en didactiek zijn niet los van elkaar te zien. Pas wanneer de klas veilig, helder en voorspelbaar is, ontstaat er ruimte voor effectieve instructie en inhoudelijk leren.

🌍 Ouders zijn niet alleen betrokken als ze zichtbaar op school aanwezig zijn. Thuisbetrokkenheid kan juist plaatsvinden in kleine, dagelijkse gesprekken in de thuistaal.

🤝 Leren van andere scholen werkt krachtig wanneer je onderwijs in actie ziet. Observaties, gezamenlijke taal en een kernteam helpen om inzichten om te zetten in concreet professioneel gedrag.

Quotes uit het gesprek:

“Al mijn vanzelfsprekendheden zijn niet vanzelfsprekend voor deze kinderen.”

“Onze aannames zijn eigenlijk de dooddoener voor leren onze scholen.”

“Het heeft geen zin om te gaan bedenken dat al onze kinderen heel zielig zijn. Over het algemeen is er enorm veel veerkracht.”

Deze aflevering maakt deel uit van een bijzondere podcastserie, ontwikkeld in samenwerking met Ontwikkelkracht. Ontwikkelkracht is een landelijk programma dat scholen ondersteunt bij duurzame onderwijsontwikkeling, door wetenschap en praktijk met elkaar te verbinden en leren over de grenzen van scholen heen te stimuleren. In deze serie gaan we in gesprek met expertisescholen en betrokken professionals over thema’s als curriculumontwikkeling, krachtig onderwijskundig leiderschap en effectieve teamsamenwerking. We verkennen wat werkt, waarom het werkt en wat andere scholen hiervan kunnen leren. Wil je laagdrempelig meedoen of meer informatie over de expertisescholen? Check dan hier de link!

Bekijk ons gesprek eens op YouTube!

Tijdstempels

00:30 – Nieuwe start
01:19 – Taalschool Utrecht
03:14 – Dappere leerlingen
05:12 – Expertise delen
06:21 – Pedagogische basis
08:09 – Gezamenlijke taal
11:37 – Drie lagen
13:42 – Culturele nieuwsgierigheid
15:53 – Kijkmoment school
18:45 – Traumasensitief lesgeven
21:38 – Curriculum taal
23:40 – Ouders betrekken
27:07 – Leren kijken
29:30 – Leiderschap borgen
32:49 – Emoties cultureel

Zicht op vakmanschap in het voortgezet speciaal onderwijs

Voor deze podcast ben ik te gast bij VSO De Korte Dreef in Borculo. De Korte Dreef richt zich op jongeren die moeilijk lerend zijn en die een voortdurende en/ of intensieve ondersteuningsbehoefte hebben in de thuis, school- en/ of vrijetijdssituatie. In de leeftijd vanaf 11-12 jaar tot maximaal 20 jaar. Er gaan hier ongeveer 125 leerlingen naar school en er werken 39 fulltime gespecialiseerde onderwijsprofessionals. We zijn hier in een prachtige omgeving, waar je buiten kunt sporten, leren, bewegen en werken! Aan tafel zitten: Stijn Steentjes, leerlingcoordinator bovenbouw van de afdeling arbeid. Thomas Helmers, mentor, leerkracht in de onderbouw. En Latifa Bouzoeggar, mentor en coördinator van de IBO-groepen (intensieve begeleiding in het onderwijs).

Soms begint onderwijs niet bij een methode, een toets of een lesdoel, maar bij de vraag of een leerling überhaupt weer over de drempel durft te stappen. Bij VSO De Korte Dreef in Borculo staat dat spanningsveld centraal: jongeren die vaak al veel afwijzing hebben ervaren, krijgen er opnieuw perspectief op leren, werken en meedoen. Dat gebeurt niet door de lat te verlagen, maar door leren kleiner, concreter en relationeler te maken. Een ontbijt, een spel buiten, een interne stage, een coachgesprek of een certificaat zijn geen losse activiteiten, maar zorgvuldig gekozen momenten waarop leerlingen oefenen met vertrouwen, verantwoordelijkheid en samenleven.

In het gesprek wordt zichtbaar hoe vakmanschap in het voortgezet speciaal onderwijs bestaat uit voortdurend afstemmen: nabij zijn zonder alles over te nemen, begrenzen zonder af te wijzen, ruimte geven zonder richting kwijt te raken. De school werkt met kleine stappen, soms letterlijk in millimeters, maar steeds met een groter perspectief voor ogen: dat leerlingen ervaren dat ze ertoe doen, ergens naartoe kunnen groeien en een betekenisvolle plek kunnen vinden in de samenleving.

Kernpunten uit het gesprek

🌱 Leren begint met vertrouwen. Voor leerlingen die langdurig thuis hebben gezeten of vaak zijn vastgelopen, is aanwezigheid op school soms al een grote stap.

🧭 Perspectief geeft richting. De Wall of Fame laat leerlingen zien dat uitstroom naar werk of dagbesteding haalbaar is en betekenis kan hebben.

🤝 Samen is een didactische keuze. Samen ontbijten, spelen, werken en reflecteren zijn manieren om sociale vaardigheden en burgerschap concreet te oefenen.

🎯 Succeservaringen worden bewust opgebouwd. Certificaten, stages en kleine leerdoelen helpen leerlingen ervaren dat ontwikkeling mogelijk is.

⚖️ Nabijheid en begrenzing horen bij elkaar. Leerlingen krijgen ruimte om fouten te maken, maar binnen een duidelijke structuur die veiligheid biedt.

Quotes uit het gesprek:

“Die kleine millimeters aan het begin en die succeservaringen, dat kan uiteindelijk leiden tot kilometers.”

“Het belangrijkste is: de leerling moet daar zijn, moet er met plezier zijn en moet het gevoel hebben: ik heb een meerwaarde voor de samenleving.”

“Wij zijn de bijrijder en we kunnen af en toe bijsturen, maar zij zijn leading.”

Bekijk ons gesprek eens op YouTube!

Hoe ontwikkel je een levend taalbeleid?

Op het Vlietland College zagen collega’s dat leerlingen niet altijd meer vanzelfsprekend plezier hadden in het lezen van literatuur. Ook bij andere vakken dan Nederlands, Engels of Frans lagen kansen om taal bewuster te verbinden aan het leren: bij het lezen van opdrachten, het begrijpen van vaktaal en het zorgvuldig formuleren van antwoorden. Daarom begon de school kleinschalig, met taal als onderdeel van alledaagse activiteiten in de les.

In dit gesprek laten Tommy Hopstaken en Joran Pereira zien hoe taalbeleid kan uitgroeien tot een gedeelde schoolcultuur. Niet door grote plannen op te leggen, maar door klein te beginnen: vijf minuten lezen aan het begin van elke les, een positieve taalbonus op toetsen, een taalkaart als hulpmiddel en een mediatheek die leerlingen helpt om boeken te vinden die bij hen passen.

Opvallend is hoe zorgvuldig de school werkt met gegevens uit de eigen praktijk. Via een jaarlijkse taalscan worden leerlingen, collega’s, ouders en schoolleiding betrokken. Zo ontstaat beleid dat niet alleen evidence-informed is, maar ook past bij de context van de school. Taal wordt hier niet gezien als een apart vakgebied, maar als voertuig voor leren, denken en formuleren in alle vakken.

Kernpunten uit het gesprek

📚 Taalbeleid leeft pas als het zichtbaar wordt in routines, ruimtes en gesprekken binnen de school. Op het Vlietland College gebeurt dat via lezen in alle lessen, posters, toetsafspraken en speelt de mediatheek een belangrijke centrale rol.

🧩 Kleine interventies kunnen veel draagvlak creëren. Zo werkt de taalbonus vooral omdat die positief, haalbaar en beperkt is: één ‘geheime’ toetsvraag wordt ook expliciet op taal bekeken.

🔍 De jaarlijkse taalscan maakt taalbeleid concreet en cyclisch. Door op één dag gegevens te verzamelen bij leerlingen, ouders, collega’s en schoolleiding ontstaat een breed beeld van taalniveau, leesmotivatie, taalplezier en taalcultuur.

🧑‍🏫 Een sterk taalteam bestaat niet alleen uit docenten Nederlands. Juist de combinatie met wiskunde, andere vakken, de mediathecaris en schoolleiding maakt het beleid schoolbreed en praktisch uitvoerbaar.

🌱 Evidence-informed werken betekent hier niet dat alles vooraf perfect bewezen moet zijn. Wetenschappelijke literatuur, professionele ervaring en kennis van de eigen schoolcontext worden naast elkaar gebruikt.

Quotes uit het gesprek:

“Levend taalbeleid betekent volgens mij dat je met zijn allen een taalcultuur op school creëert waarbij het vanzelfsprekend is dat taal belangrijk is.”

“We kwamen er al gauw achter: volgens mij moet je het juist positief maken en een bonus geven als het wel goed gaat.”

“Je kan dat plan wel kopiëren, maar dan kopieer je niet de kennis.”

Deze aflevering maakt deel uit van een bijzondere podcastserie, ontwikkeld in samenwerking met Ontwikkelkracht. Ontwikkelkracht is een landelijk programma dat scholen ondersteunt bij duurzame onderwijsontwikkeling, door wetenschap en praktijk met elkaar te verbinden en leren over de grenzen van scholen heen te stimuleren. In deze serie gaan we in gesprek met expertisescholen en betrokken professionals over thema’s als curriculumontwikkeling, krachtig onderwijskundig leiderschap en effectieve teamsamenwerking. We verkennen wat werkt, waarom het werkt en wat andere scholen hiervan kunnen leren. Wil je laagdremelig meedoen of meer informatie over de expertisescholen? Check dan hier de link!

Bekijk ons gesprek eens op YouTube!

Tijdstempels

00:23 – Introductie en ontwikkelkracht
01:07 – Levend taalbeleid
02:49 – Wiskunde en taal
03:57 – Eerste aanleiding
05:42 – Vijf minuten
07:59 – Taalcultuur bouwen
09:40 – Taalbonus toetsen
12:25 – Taal zit in ons DNA
13:42 – Taalscan dag
16:13 – Mediatheek veranderen
18:10 – Slim taalteam
19:35 – Onderzoek gebruiken
22:58 – Taalkaart toetsen
24:43 – Veelgemaakte fouten?
28:49 – Expertise delen

Behaviour in the classroom: Why should we hold the line?

Positive behaviour in the classroom is not a side issue in education. It shapes whether pupils can focus, whether teachers can teach, and whether a school becomes a place of shared expectations rather than individual negotiation. The conversation with Olivia Dear and Sarah Dear centres on one deceptively simple phrase: hold the line. The wrote a great book about it!

That phrase does not mean being harsh for its own sake. It means making expectations clear, applying them consistently, and giving pupils the support they need to meet them. Especially for pupils facing difficulties outside school, consistency can be one of the most stabilising things education provides. Lowering expectations may feel compassionate in the moment, but it can also quietly deny young people the chance to develop habits that matter beyond school: punctuality, attention, independence, responsibility.

The discussion moves from individual classroom routines to whole-school culture. A teacher can plan carefully, teach routines explicitly, and practise classroom transitions, but lasting behaviour culture depends on collective agreement. Schools need to decide what they value, translate those values into concrete behaviours, and help staff act in alignment. Leadership, in this view, is not about rigid control but about continual refinement: staying visible, listening carefully, and returning again and again to the conditions that help pupils learn.

Keypoints of the podcast:

🧭 Behaviour should not be left to chance. Olivia and Sarah argue that teachers need to plan behaviour just as deliberately as they plan curriculum and instruction.

⚖️ High expectations require high support. Holding pupils responsible does not mean ignoring their needs; it means scaffolding them toward independence rather than lowering the standard.

🏫 Classroom culture depends on school culture. Individual teachers can do a great deal, but consistent behaviour becomes much stronger when the whole school shares one clear line.

👀 Leadership needs visibility and curiosity. Strong school culture is built through daily attention, open discussion, and continual refinement rather than fixed rules alone.

⏱️ Time on task is fragile. Small routines—entry, attention, silence, transitions—matter because they protect pupils’ opportunity to learn.

Quotes:

“Behaviour management is something that we all struggle with because you’ve got 30 different personalities in the classroom, but it doesn’t have to be that case.”

“Keep the expectations high and say: I know that you can do this. I believe that you can do this. I’m holding you responsible.”

“A school can only have one successful culture, and that should be the culture that the school has written, the parents have signed up to, and the children have agreed to.”

Tjipcast wordt mogelijk gemaakt door:

Wetenswaardig. Wil jij thematisch onderwijs realiseren, op basis van directe instructie, rijke teksten, en ook nog eens volledig kerndoel dekkend zijn? Wetenswaardig is een compleet uitgewerkte lesmethode voor leraren in het primair onderwijs. Nieuwsgierig? Kijk op Wetenswaardig voor meer informatie!

JSW. Hét vakblad voor leerkrachten en onderwijsprofessionals. JSW is praktijkgericht, duidelijk en toegankelijk! En wist je dat JSW ook een thematisch deel heeft? Met zes rijke edities per schooljaar én extra inspiratie via de website en nieuwsbrief blijf jij zo helemaal bij! Bijvoorbeeld nieuwsgierig naar basisvaardigheden, burgerschap, meertaligheid, sociaal emotionele ontwikkeling of actuele ontwikkelingen op het gebied van lezen? 

Tijdstempels

00:05 – Opening Context
01:12 – Behaviour Culture
03:07 – Michaela Experience
04:20 – Holding Lines
07:32 – Individual Needs
10:09 – Punctuality Expectations
12:52 – Shared Agreements
14:25 – Independence Scaffolding
16:58 – Michaela school
21:08 – School Management
23:28 – Dynamic Leadership
27:42 – Behaviour Systems
29:59 – Classroom Planning
36:23 – Concrete Values
40:15 – Shared Culture

Zo leer je kinderen goed rekenen (met een bal)

Er zijn weinig mensen uit het speciaal basisonderwijs die Douwe Sikkes niet kennen. Hij heeft honderden, misschien wel duizenden kinderen goed leren rekenen. De methodiek, voor sommigen bekend als leren rekenen met de bal, bestaat uit veel herhaling, stapsgewijs oefenen en toewerken naar volledige beheersing (ook wel: mastery learning). Douwe maakt zich zorgen over de actuele problemen rondom het rekenonderwijs in het primair onderwijs. Nog steeds denkt hij dat er veel te leren is van zijn eenvoudige methodiek: zo leren kinderen rekenen. Niet alleen voor kinderen die naar het speciaal basisonderwijs gaan, maar voor alle kinderen! Waarom maken we het zo ingewikkeld vandaag de dag?

Centraal staat een eenvoudig maar krachtig idee: kinderen kunnen pas verder als de onderliggende laag echt beheerst wordt. Wie niet soepel tot 20 kan rekenen, loopt vast bij sommen tot 100. Wie letters en klanken onvoldoende kent, krijgt moeite met woorden, zinnen en verhalen. Sikkes verzet zich tegen het idee dat leerlingen rekenstrategieën vooral zelf moeten ontdekken. Voor veel kinderen, zeker als zij al onzeker zijn geworden, zorgt dat juist voor verwarring.

Zijn aanpak draait niet om trucjes, maar om systematisch oefenen, succeservaringen en vertrouwen ontwikkelen. De bal speelt daarin een bijzondere rol: niet als grappig wondermiddel, maar als manier om concentratie, beweging en aandacht te verbinden. Het gesprek laat zien hoe groot de pedagogische impact kan zijn van didactische helderheid. Niet harder werken, maar preciezer kijken wat kinderen nodig hebben.

Kernpunten uit de podcast:

⚽ De bal ontstond aanvankelijk als korte beweegpauze, maar werd later onderdeel van een aanpak waarin concentratie, ritme en oefenen samenkomen.

🧱 Sikkes ziet rekenen als een bouwwerk: als één laag ontbreekt, wordt alles wat daarna komt kwetsbaar.

🧠 Zelf ontdekkend leren werkt volgens hem niet voor alle kinderen; juist zwakke rekenaars hebben behoefte aan één duidelijke strategie en veel herhaling.

📚 Dezelfde principes past hij toe bij spelling en lezen: eerst letters en klanken, daarna woorden, zinnen, verhalen en samenvattingen.

🌱 Succeservaringen veranderen volgens Sikkes niet alleen prestaties, maar ook gedrag, motivatie en zelfvertrouwen.

Quotes uit het gesprek

“Het gaat er niet om dat je keihard werkt. Het gaat erom dat je de juiste dingen doet.”

“Rekenen is een soort bouwwerk. En als één laagje ontbreekt, dan gaat het al mis.”

“Als je niet kunt rekenen, lezen en schrijven in deze maatschappij, dan ben je toch zwaar gehandicapt.”

Tjipcast wordt mogelijk gemaakt door:

Wetenswaardig. Wil jij thematisch onderwijs realiseren, op basis van directe instructie, rijke teksten, en ook nog eens volledig kerndoel dekkend zijn? Wetenswaardig is een compleet uitgewerkte lesmethode voor leraren in het primair onderwijs. Nieuwsgierig? Kijk op Wetenswaardig voor meer informatie!

JSW. Hét vakblad voor leerkrachten en onderwijsprofessionals. JSW is praktijkgericht, duidelijk en toegankelijk! En wist je dat JSW ook een thematisch deel heeft? Met zes rijke edities per schooljaar én extra inspiratie via de website en nieuwsbrief blijf jij zo helemaal bij! Bijvoorbeeld nieuwsgierig naar basisvaardigheden, burgerschap, meertaligheid, sociaal emotionele ontwikkeling of actuele ontwikkelingen op het gebied van lezen? 

Tijdstempels

00:05 – Rekenen bewegen
01:36 – Hersenen concentratie
04:06 – Vroege methodes
06:31 – Inspectie reflectie
07:16 – Voetbalbasis rekenen
09:15 – Tiental sprong
11:02 – Eenduidige strategie
13:49 – Succeservaringen zelfvertrouwen
16:50 – Methodekritiek rekenen
19:49 – Spelling opbouw
22:51 – Oefenen herhalen
24:30 – Rekenen bouwwerk
32:33 – Rust structuur
34:38 – Basisvaardigheden samenleving
36:54 – Kleinkinderen vooruitgang