verslaving

Wat is tegenwoordig nog de waarde van kennis? Tjipcast 026 met Erik Meester

De afgelopen jaren is er in het onderwijs ruim aandacht voor 21st century skills zoals creativiteit, communicatie en bijvoorbeeld mediawijsheid. Dit gaat gepaard met een steeds ruimere opvatting over wat kennis (bij kinderen) nou precies is. Kennisoverdracht zou hiermee zelfs ouderwets zijn, omdat kinderen dit ‘sociaal construeren” met anderen. Kennis is hiermee vluchtiger en tijdelijker van aard. En de docent wordt meer een coach dan een ”overdrager van kennis’. In combinatie met geromantiseerde beelden over onderwijs zorgt dit volgens Erik Meester voor duidelijke problemen. Deze weeffout in ons onderwijs is een van de grotere oorzaken van de neergaande onderwijsresultaten in Nederland. Ook leidt het volgens Erik Meester tot kansenongelijkheid. Kinderen hebben dus juist recht op kennis! In deze Tjipcast onderbouwt Erik Meester dat in 2019 kennis belangrijker is dan ooit. Kennis is veel meer dan een stoffige boekenkast, maar de grondstof waarmee we leren, kijken, ontdekken en cre√ęren. Dit vraagt onderwijzers en docenten met verstand van didactiek, pedagogiek en natuurlijk: kennis over het onderwerp in kwestie.


Gemaakt door Lodewijk van www.lokocartoons.nl

Algemene informatie en introductie

Erik Meester is docent en onderwijsontwikkelaar aan de Radboud Universiteit, opleiding Pedagogische Wetenschappen van Primair Onderwijs. Hij schreef onder andere met Sarah Bergsen en Paul Kirschner een inmiddels bekend pleidooi voor de herwaardering van kennis:

De holle retoriek van 21st century skills: Hoezo is kennis minder belangrijk?

Boekentips

 

Tijdcodes (in dit geval is het gesprek opgedeeld in 6 grove onderdelen):

Subvraag #1: Wat bedoelen we eigenlijk met kennis (op school)?

Kennis als mentaal model, geen stoffige mentale boekenkast maar een grondstof voor denkwerk.

  • Voorbeeld PubQuiz (misvatting: ‘hier kan je eindelijk wat met al die nutteloze feitenkennis’)
  • Voorbeeld autorijden (‘kennis en vaardigheden zijn onlosmakelijk verbonden’)
  • Voorbeeld sociale conventies c.q. mores (‘ik ken je nauwelijks Tjip, en toch zitten we hier nu’)
  • Zelfs je ‘geweten’ en je ‘intu√Įtie’ worden sterk be√Įnvloed door wat je weet, ook al zijn veel mensen zich daar niet van bewust
  • Mag ik nog iets verder gaan? Je kennis is zelfs zeer bepalend voor wat (onbewust) je aandacht trekt en hoe je de wereld waarneemt.

 

Subvraag #2: Kennis als sociaal construct, het idee van het sociaal constructivisme is erg populair in o.a. de onderwijswereld. Hoe zou dat komen?

  • Het sociaalconstructivisme appelleert aan de dominante (onderbewuste) romantische opvattingen over leren – Er ligt veel nadruk op zelf ontdekken, levensechte situaties, aansluiten bij de belevingswereld van kinderen – Deze kennistheorie c.q. epistemologie is echter niet zomaar door te vertalen naar didactische uitgangspunten
  • Voorbeeld ‘Tussen kunst en kitsch’ (‘experts leren anders dan beginners’)
  • Voorbeeld van onderzoek doen. Denk bijvoorbeeld na over betekenisvolle variabelen? Zie ook deze link:

 

Subvraag #3: Toch zijn er mensen die stellen dat kennis er niet meer zo toe doet vandaag de dag. Het zou meer gaan om het kunnen zoeken van informatie, kunnen samenwerken en experimenteren. Hoe kijk jij daarnaar? 

  • Dat is dus eigenlijk een na√Įeve, en zo niet een elitaire opvatting, kennis is juist macht
  • Als een ander (veel) meer weet dan jij maakt dat je kwetsbaar (‘ze kunnen je alles wijsmaken, denk aan FAKE NEWS of foodblogs’)
  • Voorbeeld holle retoriek tech bedrijven (‘zij en hun kinderen hebben allen het beste onderwijs genoten’)
  • Uitleg werkgeheugen en langetermijngeheugen (‘hoe meer je weet, hoe meer je kan leren’)
  • Concluderend: het informatief en strategisch gebruik van internet is geen generieke vaardigheid (‘dit is een essentieel inzicht!!!’)
  • Het vereist dat je goed kan lezen, schrijven en rekenen, en veel algemene kennis hebt, daarmee het doel van het funderend onderwijs. Zie ook deze link.¬†

 

Subvraag #4: Het gaat in het onderwijs veel over creativiteit, innovatie en anders denken. Dat kennis dus ‘zomaar’ kan ontstaan.

Ik sprak met kunstenaar Barthel Brussee over een omgekeerd uitgangspunt: kennis leidt tot creativiteit. En dus niet andersom. Je hebt kennis nodig van penselen, licht, verf en compositie om te kunnen schilderen. Uit niets ontstaat veelal niet veel.

Hoe kijk jij hiertegen aan in het licht van onderwijs?

  • Creativiteit of kritisch denken berust voor het grootste deel, net als informatie zoeken op internet, op kennis
  • Voorbeeld Mondriaan, Picasso en Rafael Nadal – Voorbeeld van Shakespeare i.r.t. Griekse mythologie en Tolkien i.r.t. Noorse mythologie
  • Creativiteit is een een onderbewust en autonoom proces, waarom zou je dat dan onderwijzen?
  • Als je het ziet als ‘neiging’ zou je die neiging positief kunnen bekrachtigen (‘iedereen vragen stellen maar niet iedereen doet dat’)
  • Echte innovaties en creatieve idee√ęn komen voort uit jaren hard werk en niet uit gezellige brainstormsessies met mooi gekleurde post-its
  • We moeten onze leerlingen de cumulatief opgebouwde basiskennis overdragen zodat zij hiertoe in staat zijn (‘dit is overigens ook het onderscheidende vermogen van ons als soort’). Zie deze link.

 

Subvraag #5: Als je inderdaad kennisoverdracht (weer) in het hart van ons onderwijs wilt plaatsen, wat vraagt dit van een docent of leerkracht?

  • Dat docenten of leerkrachten zelf ook heel goed weten waar het inhoudelijk over gaat, en dat ze die kennis, het liefst met veel passie en interactie, goed kunnen overbrengen.
  • Als je het aan vakinhoudelijke kennis ontbreekt is het gemakkelijk om leerlingen het zelf te laten uitzoeken, dan hoef je alleen maar een beetje te ‘coachen’
  • Dat is een mogelijke verklaring voor de populariteit van ‘onderzoekend leren’ waarbij leerlingen meer zelf geacht worden om leervragen te stellen. Zie deze link.

 

Subvraag #6: Wat is er mis met het idee dat leerlingen zelf meer bepalen wat ze willen leren?

  • Veel meer dan je wellicht zou denken. Ten eerste zijn kinderen uit bevoordeelde milieus hier veel beter toe in staat, dat veroorzaakt dus meer sociale stratificatie
  • Ten tweede kan je beargumenteren dat sommige kennis meer waard is dan andere kennis (in termen van cognitief voordeel / maatschappelijke relevantie) – E√©n benadering is dat je wilt dat leerlingen uiteindelijk goed in staat zijn een kwaliteitskrant te lezen. Daarvoor heb je een rijke woordenschat en veel algemene kennis nodig. – Als je daar geen coherent en cumulatief leerplan (lees: curriculum) voor ontwerpt dan kunnen er grote hiaten in deze kennis ontstaan en daar kunnen (m.n. zwakke) leerlingen veel last van krijgen
  • Voorbeeld over hoe je eigen leervragen w√©l zou kunnen positioneren – Uitgangspunt is dat het curriculum moet worden gebaseerd op kennis, en niet generieke vaardigheden, want die bestaan niet (zoals nu gebeurt bij curriculum.nu). Zie bijvoorbeeld deze link.¬†

 Subvraag #7: Kennis is ook een zeer actueel thema in de onderwijskunde. Wat is betrouwbare kennis om tot een goede les te komen, een instructie te geven of te werken met een groep kinderen. Zie je hier een parallel zoekproces?

  • We zijn sinds Piaget en Vygotski veel meer te weten te komen over bv. ontwikkelingspsychologie, de cognitieve psychologie en effectieve leer- of instructiestrategie√ęn – Toch zie je in de onderwijssector dat niet iedereen deze nieuwe kennis tot zich heeft genomen (of willen/kunnen nemen).
  • Hierin ligt natuurlijk ook een belangrijke rol voor de lerarenopleidingen, die nog altijd vaak op sociaal constructivistische leest zijn geschoeid en deze inzichten vaak nog niet hebben opgenomen in hun curriculum (onderzoek Tim Surma). Maar eigenlijk vind ik dat er ook een verantwoordelijkheid ligt bij leraren en schoolleiders zelf.
  • Als leraren en schoolleiders zelf meer erkenning krijgen voor de complexiteit van hun beroep, en de keuzes die zij hierin maken beter gaan onderbouwen, krijgt de sector denk ik ook veel meer aanzien.

Subvraag #8: Dus terug naar hoe het vroeger allemaal was?

  • Nee! Zeker niet! Wat ik vind, is dat we het kind niet met het badwater moeten wegspoelen – Dus behouden wat goed is maar ook continu kijken naar vernieuwingen die zich elders al bewezen hebben – Er is zo ontzettend veel bekend over hoe het onderwijs effectiever, effici√ęnter en bevredigender zou kunnen worden vormgegeven, laten we die kennis gebruiken om in onze eigen context mee te experimenteren! – Dat is kansrijker dan elke keer het wiel opnieuw te moeten uitvinden. Antwoord hoofdvraag: kennis is in de informatiesamenleving van de 21ste eeuw juist belangrijker dan ooit!

Dyslexie of een leesprobleem? Tjipcast 025 met Anna Bosman

Hoogleraar Anna Bosman ziet de laatste jaren een flinke toename in het aantal dyslexie verklaringen. Een vreemde trend, want er is nogal wat aan te merken op de diagnose van dyslexie. En waarom omschrijven we een leesprobleem als een individuele leerstoornis? Sommige kinderen kunnen ook niet goed sporten, maar dit noemen we ook geen leerstoornis? Volgens Anna Bosman is slecht kunnen lezen eerder het gevolg van ons onderwijs en is het zeer twijfelachtig of we kinderen kunnen diagnosticeren met dyslexie. Daarnaast zijn er steeds meer ouders die niet accepteren dat hun kind minder makkelijk leest. Liever op zoek naar een diagnose en ‘oorzaak’ dan accepteren dat een kind langzaam leest of hier minder bekwaam in is. Bovendien opent een label dyslexie de deur naar extra hulp en begeleiding. Het is big business. Iets waar Follow the Money eerder over berichtte. Kijken we als maatschappij wel voldoende naar de oorzaak van slecht kunnen lezen? Luister nu naar een zeer precieze en onderbouwde Tjipcast over het verschil tussen dyslexie en een leesprobleem. Over goed en slecht onderwijs. En over wie nu eigenlijk onder de streep een probleem heeft: het kind of de school?


Tijdcodes

  • 02.30 Onderzoek van Anna Bosman
  • 05.00 Het belang van gezamenlijk lezen in de klas: minstens een half uur!
  • 07.30 Problemen voor zijn als leerkracht, de kritiek op ontdekkend leren
  • 11.00 Praktijkvoorbeeld: school met een bijzondere methodiek
  • 14.00 Definitie van dyslexie (wat is de oorzaak?) en problemen met het operationaliseren van de stoornis (relatief slecht lezen t.o.v. zijn leeftijdsgenoten)
  • 18.00 10% laagst scorende lezers (medisch circuit van lezen), 3% regel = waar is dit op gebasseerd
  • 22.00 Sporten, lezen, reken, tekenen of andere talenten
  • 30.00 Klanken
  • 31.00 Het belang van oefenen
  • 36.00 IQ tests
  • 41.00 Het belang van woorden opschrijven en de schaduwkant van het ‘verleuken’ van ons onderwijs
  • 46.00 De rol van de leerkracht, klassikale instructie
  • 52.00 Een school is niet het bedrijfsleven
  • 55.00 Gemiddelde leessnelheid (link naar FTM onderzoek)
  • 57.00 Plezier beleven aan lezen!
  • 59.00 Onderbouwd onderzoek naar dyslexie: The dyslexia debate
  • 1.00 Afronding en blik vooruit

Wat is de essentie van veranderen in organisaties? Tjipcast 024 met Marco de Witte

Het is niet al te ingewikkeld om in een organisatie omvangrijke en ambitieuze veranderplannen te formuleren. Maar als het niet in de dagelijkse werkpraktijk van collega’s specifieke betekenis krijgt, dan zal het bij plannen maken blijven. Veranderen in organisaties heeft veel meer met emotie, beleving en individualiteit te maken dan we soms willen denken. Niet alles is in teamsessies of heidagen op te lossen en ‘aan te gaan’. De kern van een veranderopgave ligt in de kwestie of het in de hoofden en harten van professionals kan komen. Een spannend begin van een gesprek met Marco de Witte over de essentie van veranderen. Rationele doelen vragen om concrete betekenis, ruimte om het te kunnen vervormen en zo eigen te maken. Dat is een kernopgave in een veranderproces die veel leiders maar lastig durven aan te gaan. Hoe ga je met deze spanningen om? Je kunt het nu beluisteren in Tjipcast 024!


Cartoon gemaakt door Lodewijk van www.lokocartoons.nl

Tijdcodes

  • 01.00 Veranderen gaat om ideeen te laten landen in een lokale werkpraktijk
  • 02.00 Ontwerptheorie en zelfsturende teams
  • 04.30 Emotionele verbinding met een grote ambitie
  • 06.00 Persoonlijke motieven en vragen in een veranderproces: een identiteitsvraagstuk
  • 09.00 Emotionele onderstroom
  • 11.00 Leerangst en de wens om te willen bewegen (gevoelde urgentie)
  • 14.00 Oude gedrag, de beginfase van veranderen en een ambitie formuleren
  • 15.00 Aandacht voor de onderstroom
  • 18.00 Waarom, waarom, waarom, daar ontstaat energie, of niet
  • 24.00 De kamer uitlopen, discussies en welles nietes gesprekken
  • 27.00 De rol van leiderschap in verandering, hoe begin je?
  • 31.00 Denken over veranderen, diffuse veranderopgaves en zoeken naar aangrijpingspunten om beweging te organiseren
  • 37.00 Samenwerken doen om te leren samenwerken
  • 42.00 Dynamiek tussen veranderidee en lokale werkpraktijk
  • 46.00 Laag voor laag ingrijpen in een organisaties, waarom doen we dat? En welke rol spelen verticale relaties?
  • 50.00 Veranderkleuren, verschillende realiteiten in organisaties
  • 55.00 Eerste orde, tweede orde en derde orde verandering
  • 59.00 Privaat – publieke sector, ambitie en urgentie
  • 1.03 Overdracht, persoonlijk leiderschap en de rol van opvoeding en historie (de rol van de veranderaar)
  • 1.06 Onbewuste patronen in kaart brengen, ze opnieuw ervaren
  • 1.09 Afronding en blik vooruit!

Wanneer ben je verslaafd? En hoe kom je er vanaf? Tjipcast 023 met Cor de Jong

Verslaving is een groot maatschappelijk probleem. Zo zijn er in Nederland ongeveer 1 miljoen mensen die zwaar en problematisch drinken. Maar van deze groep laat maar een kleine 80.000 mensen zich behandelen. En ongeveer 18% van de Nederlandse bevolking rookt dagelijks en is ‘verslaafd’. Waarom doen deze mensen dat? En waarom stoppen ze niet, het is immers levensbedreigend en zeker niet gezond! Verslaving is echter een complex verschijnsel. En afkicken blijkt niet makkelijk en vraagt om meer dan pure wilskracht. Er speelt vaak meer op de achtergrond zoals schaamte, onvermogen om te veranderen, sociale druk, eenzaamheid of meervoudige middelen afhankelijkheid. Verslaving is een chronische hersenziekte en vraagt specifieke hulp en begeleiding. Niet alleen het fysieke vraagt aandacht, in grote mate is het ook een gedragskwestie. In deze Tjipcast spreek ik hoogleraar verslaving en verslavingszorg Cor de Jong over verslaving, afkicken en kunnen minderen. We verkennen hoe verslaving werkt, hoe het ontstaat en op wat de belangrijkste aanknopingspunten zijn uit de wetenschap vandaag de dag.


Tijdcodes

  • 04.00 Het vak van verslavingszorg, ontwikkelingen in de afgelopen jaren
  • 05.00 Verslaving, wat is een werkbare definitie?
  • 07.00 Controleverlies
  • 09.45 Het gaat steeds een beetje slechter, maar merk je dat ook? Beloningssysteem en het programmeren van je hersenen
  • 13.00 Precies weten waar je kunt scoren
  • 15.00 Biologisch, sociaal en psychologische componenten van verslaving
  • 18.00 Diagnose stellen, vroeger en nu en de rol van schaamte
  • 21.00 Roken in de zorg
  • 24.00 Sociale druk van anderen
  • 27.00 Seksverslaving (film Shame), ongeluk en de zoektocht naar geluk
  • 31.00 Verslaving bij autochtonen, Aboriginals, Indianen en complexiteit van verslaving
  • 33.00 Minderen en je gebruik onder controle krijgen
  • 36.00 Fysieke routines in relatie tot verslaving
  • 39.00 Verslaving en de prestatiesamenleving
  • 43.00 Omgaan met tegenslagen
  • 47.00 Verslaving aan zinloze routines ook in de zorg
  • 50.00 Ervaring van Cor van bureaucratie in de zorg
  • 53.00 Sociale systeem aanpakken rondom de verslaafde
  • 56.00 Afronden en de verklarende woordenlijst