(Waar) zit er ruimte in toetsing en examinering?
Toetsing voelt op veel scholen als iets dat “vastligt”: Het programma van toetsing en afsluiting (PTA) staat vaak overvol, het centraal eindexamen hangt als schaduw boven de bovenbouw en zekerheid wordt vaak gelijkgesteld aan het geven van cijfers. Tegelijk zit er juist in het schoolexamen opvallend veel ruimte. Ruimte om beter aan te sluiten bij de schoolvisie en bij wat leerlingen nodig hebben om op een zinvolle manier te reflecteren op hun leerproces en kennisbasis. Maar in hoeverre zijn docenten zich hiervan bewust? En waar zit de ruimte?
Ik spreek hierover met Tes Schmeink, beleidsadviseur en projectleider bij de vo-raad. Tes houdt zich bezig met toetsen en examineren in het VO. En aan tafel Jasja Mulder, Agora coach bij het KWC in Culemborg. Het KWC is een school voor praktijkonderwijs, vmbo, havo, atheneum, gymnasium en KWC-agora. In dit gesprek komt scherp naar voren hoe bovengenoemde ruimte vaak ongemerkt verdwijnt: door angst voor discrepanties tussen schoolexamen en centraal eindexamen, door oude routines, of simpelweg doordat PTA’s in de loop der jaren steeds voller zijn geraakt. Maar er zijn ook concrete routes terug naar eenvoud: door kritisch te kijken naar wat echt moet, dubbelingen te schrappen en toetsvormen kiezen die passen bij het doel, niet bij de gewoonte.
Een belangrijk idee is dat “toetsing” niet hetzelfde hoeft te zijn als een schriftelijke toets. In het schoolexamen kun je ook werken met bewijslast, feedbackrondes, portfolio’s of praktijkopdrachten. Zolang je maar helder houdt wat je wilt zien en waarom. En misschien wel het spannendste: als je onderwijs meer wilt laten draaien om ontwikkeling, nieuwsgierigheid en eigenaarschap, dan moet je toetsing dat niet dichttimmeren, maar juist mogelijk maken.
Kernpunten uit het gesprek:
🧠Van visie naar praktijk: een onderwijsvisie vertaalt zich idealiter naar een toetsvisie, toetsbeleid én gedrag in de school. Dat laatste is het moeilijkst.
🧱 PTA’s raken snel “overladen”: veel scholen stoppen meer onderdelen in het PTA dan nodig is, vaak uit zekerheid of controle.
📉 Discrepantie-angst werkt door in de praktijk: het oude focuspunt op verschil tussen SE- en CE-cijfers stuurt scholen richting “oefenen op het centraal examen” in het schoolexamen.
🧩 Toetsing kan rijker dan een schriftelijke toets: portfolio’s, feedbackcycli, praktische opdrachten en bewijslast kunnen formeel onderdeel zijn van het scholexamen.
👤 Iedereen ongelijk behandelen: bij Agora blijft de lat staan, maar de route en toetsvorm kunnen per leerling verschillen.
Quotes uit het gesprek
“Wij gaan ervanuit dat iedere leerling anders is en heeft dus ook iets anders nodig.”
“De PTA’s zijn zo smal mogelijk, maar de manier waarop het getoetst kan worden is zo breed mogelijk.”
“Ik hoop van de vakcoaches dat ze eerst verliefd zijn op die leerling en daarna op hun vak.”
Deze aflevering maak ik in samenwerking met de VO-raad en het programma voortgezet leren. De VO-raad behartigt de belangen van het voortgezet onderwijs bij politiek, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Daarnaast bevordert de VO-raad de kwaliteit van het onderwijs in Nederland door schoolbestuurders en schoolleiders te faciliteren bij hun vervullen van hun taak. Samen maken we drie afleveringen over een waardevol schoolexamen. We gaan op zoek naar de bouwstenen hoe een schoolexamen beter kan aansluiten bij de visie van school en hoe je meer kleur in het schoolexamen kunt krijgen.
Tijdstempels
00:05 – Introductie en welkom
00:58 – Gasten
01:39 – Ruimte maken
02:53 – Voorbeelden uit de praktijk
04:34 – Visie
05:10 – Begrippen
06:34 – Weging
08:15 – Overladenheid
09:11 – Discrepantie
10:24 – Toetsvormen
12:25 – Ongelijkheid
14:51 – Kwalificeren
17:25 – Integraliteit
28:20 – Gespreksvoering
34:28 – Mondeling examen en slot
bekijk op YouTube