praktijkonderwijs

In gesprek over onvoorwaardelijk vakmanschap in het speciaal voortgezet onderwijs (SO)

Lesgeven in het speciaal voorgezet onderwijs confronteert je voortdurend met je eigen ideeën over wat normaal gedrag is, hoe een klas hoort te functioneren en wat je van leerlingen mag verwachten. Juist wanneer een leerling niet reageert zoals je had voorzien, wordt zichtbaar hoe sterk je eigen opvattingen, routines en waarden je handelen sturen. Zoals in het gesprek wordt gezegd: “Je spreekt een taal die zij helemaal niet begrijpen.” Dat maakt lesgeven hier niet alleen pedagogisch en didactisch veeleisend, maar ook persoonlijk.

Leerkrachten Carolien Bosman, David van Heusden en schooldirecteur Ruut Donkers van SO De Isselborgh laten zien dat vakmanschap daarom begint bij de bereidheid om ook naar jezelf te kijken. Wanneer een les ontspoort, een leerling boos wordt of een groep niet meegaat, ligt de eerste vraag niet automatisch bij het kind. “Wat doe ík waardoor dit niet werkt?” is minstens zo relevant. Tegelijkertijd vraagt het werk om een onvoorwaardelijke houding: ook na een moeilijke dag opnieuw beschikbaar zijn, opnieuw structuur bieden en blijven zoeken naar wat gedrag probeert duidelijk te maken. Juist die combinatie van zelfonderzoek, hoge verwachtingen en volhouden maakt lesgeven in het speciaal voortgezet onderwijs tot een complex vak.

Deze onvoorwaardelijkheid betekent nadrukkelijk niet dat verwachtingen worden verlaagd. Op school blijft leren centraal staan: leerlingen werken samen in de groep, lezen veel, bouwen kennis op en krijgen waar nodig extra instructie en leertijd. Routines worden expliciet aangeleerd en geoefend, instructies worden concreet gemaakt en leraren onderzoeken voortdurend of leerlingen nog kunnen aanhaken. Daarmee ontstaat een vorm van onderwijs waarin pedagogische sensitiviteit samengaat met hoge verwachtingen, kennisrijk onderwijs en didactische keuzes die zoveel mogelijk doelgericht en onderbouwd worden gemaakt. Juist voor leerlingen die eerder zijn vastgelopen, is die combinatie belangrijk: veiligheid creëren zonder het leren uit het oog te verliezen.

Kernpunten uit het gesprek

🧭 Vakmanschap begint bij zelfonderzoek. Moeilijk verstaanbaar gedrag confronteert leraren niet alleen met de leerling, maar ook met hun eigen normen, verwachtingen en reacties. De vraag wat je zelf doet waardoor iets wel of niet werkt, blijft voortdurend relevant.

🧱 Structuur creëert ruimte om te leren. Voorspelbare routines en concrete instructies verminderen de hoeveelheid die leerlingen zelf moeten uitzoeken en geven houvast wanneer de omgeving snel als onveilig of overweldigend wordt ervaren.

🔍 Gedrag is informatie. Onrust, boosheid, vermijding of provocatie kunnen manieren zijn waarop een leerling laat zien dat iets te moeilijk, onduidelijk of spannend is. De professionele opdracht is om achter het zichtbare gedrag te blijven kijken.

👥 Leren gebeurt zoveel mogelijk in de groep. Leerlingen worden niet voortdurend op individuele routes gezet, maar leren ook hoe ze zich tot anderen kunnen verhouden. Juist de groep vormt daarmee een belangrijke oefenplaats.

📚 Hoge verwachtingen blijven overeind. Een veilige pedagogische omgeving betekent niet dat leren minder belangrijk wordt. Kennisopbouw, lezen, rekenen, expliciet oefenen en gerichte extra leertijd blijven centraal staan.

Quotes uit het gesprek:

“Je moet er dus eigenlijk van uitgaan dat onze kinderen de wereld als onveilig ervaren. We moeten de schoolwereld zo organiseren dat leren überhaupt mogelijk wordt.”

“Niet zozeer: wat doe je? Maar: wat probeer je mij eigenlijk te vertellen met het gedrag dat je laat zien?”

Je hebt geen invloed op de reactie van die leerling. Je kunt alleen je eigen instrument bijstellen.”

Bekijk ons gesprek eens op YouTube!

Tijdstempels

00:00 – Schoolcontext verkennen
02:52 – Onvoorwaardelijk vakmanschap
05:12 – Eigen handelen
08:39 – Routines oefenen
10:13 – Veiligheid organiseren
12:38 – Gedrag begrijpen
14:24 – Ruimte bieden
16:35 – Groepsgericht leren
19:00 – Concrete taal
21:13 – Professionele houding
25:07 – Samen professionaliseren
26:49 – Tijd vertragen
30:09 – Gedrag oefenen
32:07 – Leerachterstanden verkleinen
35:58 – Ervaring ontwikkelen

Bronnen en verdieping

Regie in de klas
Carolien brengt het boek Regie in de klas mee als voorbeeld van een bron die haar hielp anders te kijken naar routines en klassenmanagement. Ze beschrijft hoe ogenschijnlijk kleine handelingen, zoals een potlood slijpen of binnenkomen in de klas, voor onrust kunnen zorgen wanneer niet helder is wat er van leerlingen wordt verwacht. Gewenst gedrag moet daarom expliciet worden aangeleerd en herhaaldelijk worden geoefend. Auteur en editie worden in het gesprek niet genoemd.

Triple C
David verwijst naar Triple C, een visie uit de zorg rond de begrippen cliënt, coach en competentie. Hij herkent daarin vooral het uitgangspunt om iemand niet te reduceren tot probleemgedrag. De persoon blijft centraal staan, terwijl professionals zoeken naar manieren om competenties te ontwikkelen en deelname aan het gewone leven mogelijk te maken.

Video-coaching (beeldcoaching)
In het gesprek wordt video-coaching genoemd als belangrijke vorm van professionalisering. Leraren bekijken samen kleine interactiemomenten terug en onderzoeken welke invloed hun eigen houding, lichaamstaal of instructie op leerlingen heeft. Juist de micro-analyse maakt zichtbaar wat tijdens een les gemakkelijk wordt gemist.

Zicht op vakmanschap in het voortgezet speciaal onderwijs

Voor deze podcast ben ik te gast bij VSO De Korte Dreef in Borculo. De Korte Dreef richt zich op jongeren die moeilijk lerend zijn en die een voortdurende en/ of intensieve ondersteuningsbehoefte hebben in de thuis, school- en/ of vrijetijdssituatie. In de leeftijd vanaf 11-12 jaar tot maximaal 20 jaar. Er gaan hier ongeveer 125 leerlingen naar school en er werken 39 fulltime gespecialiseerde onderwijsprofessionals. We zijn hier in een prachtige omgeving, waar je buiten kunt sporten, leren, bewegen en werken! Aan tafel zitten: Stijn Steentjes, leerlingcoordinator bovenbouw van de afdeling arbeid. Thomas Helmers, mentor, leerkracht in de onderbouw. En Latifa Bouzoeggar, mentor en coördinator van de IBO-groepen (intensieve begeleiding in het onderwijs).

Soms begint onderwijs niet bij een methode, een toets of een lesdoel, maar bij de vraag of een leerling überhaupt weer over de drempel durft te stappen. Bij VSO De Korte Dreef in Borculo staat dat spanningsveld centraal: jongeren die vaak al veel afwijzing hebben ervaren, krijgen er opnieuw perspectief op leren, werken en meedoen. Dat gebeurt niet door de lat te verlagen, maar door leren kleiner, concreter en relationeler te maken. Een ontbijt, een spel buiten, een interne stage, een coachgesprek of een certificaat zijn geen losse activiteiten, maar zorgvuldig gekozen momenten waarop leerlingen oefenen met vertrouwen, verantwoordelijkheid en samenleven.

In het gesprek wordt zichtbaar hoe vakmanschap in het voortgezet speciaal onderwijs bestaat uit voortdurend afstemmen: nabij zijn zonder alles over te nemen, begrenzen zonder af te wijzen, ruimte geven zonder richting kwijt te raken. De school werkt met kleine stappen, soms letterlijk in millimeters, maar steeds met een groter perspectief voor ogen: dat leerlingen ervaren dat ze ertoe doen, ergens naartoe kunnen groeien en een betekenisvolle plek kunnen vinden in de samenleving.

Kernpunten uit het gesprek

🌱 Leren begint met vertrouwen. Voor leerlingen die langdurig thuis hebben gezeten of vaak zijn vastgelopen, is aanwezigheid op school soms al een grote stap.

🧭 Perspectief geeft richting. De Wall of Fame laat leerlingen zien dat uitstroom naar werk of dagbesteding haalbaar is en betekenis kan hebben.

🤝 Samen is een didactische keuze. Samen ontbijten, spelen, werken en reflecteren zijn manieren om sociale vaardigheden en burgerschap concreet te oefenen.

🎯 Succeservaringen worden bewust opgebouwd. Certificaten, stages en kleine leerdoelen helpen leerlingen ervaren dat ontwikkeling mogelijk is.

⚖️ Nabijheid en begrenzing horen bij elkaar. Leerlingen krijgen ruimte om fouten te maken, maar binnen een duidelijke structuur die veiligheid biedt.

Quotes uit het gesprek:

“Die kleine millimeters aan het begin en die succeservaringen, dat kan uiteindelijk leiden tot kilometers.”

“Het belangrijkste is: de leerling moet daar zijn, moet er met plezier zijn en moet het gevoel hebben: ik heb een meerwaarde voor de samenleving.”

“Wij zijn de bijrijder en we kunnen af en toe bijsturen, maar zij zijn leading.”

Bekijk ons gesprek eens op YouTube!

Onderschatten we het mbo?

In de afgelopen jaren is er veel energie gestoken om zoveel mogelijk jongeren de kans te geven om te studeren op een hogeschool of universiteit. Tegelijkertijd neemt het aantal mbo studenten structureel af. Terwijl we schreeuwen om professionals die aan de slag kunnen om het toenemende woningtekort, de vraagstukken op het gebied van duurzaamheid of de tekorten in de zorg aan te pakken. Juist het mbo is hierin van cruciaal belang! Helaas krijgen mbo’ers niet dezelfde kansen als professionals met een hoger diploma. Ze verdienen minder, zijn minder vertegenwoordigd in bestuurlijke functies (ook in de politiek) en krijgen minder waardering. Wat is er aan de hand? En waarom zijn we zo gefixeerd op het hoger onderwijs?

Bovenstaande aandacht voor ‘hoger onderwijs’ leidt tot een splitsing in ons denken over school, leren en opleiden. Hoog is beter. En het is mbo, dat is vooral voor kinderen die met hun met hun handen willen werken en ‘praktisch’ zijn. Bijkomend effect is dat er vaak op docenten in het mbo wordt neergekeken. Mijn gast Karim Amghar schreef hier een fel pleidooi over: Maar dat begrijp jij toch niet. In deze podcast gaan we in gesprek over zijn nieuwe boek, zijn drijfveren en argumentatie om het mbo te herwaarderen. Maar dit gaat verder dan opnieuw labeltjes plakken, het vraagt ook om kritische reflectie van onze politiek, bestuurders en opleidingen in Nederland. Karim werkt ook een aantal concrete suggesties uit waarvan we er enkele bespreken.

Het nieuwe boek van Karim Maar dat begrijp jij toch niet is uitgegeven door De Correspondent. Eerder maakte hij twee prachtige documentaires over onderwijs: Karim pakt zijn kans en De Maastrichtse droom over basisschool El Habib.

Tjipcast wordt mede mogelijk gemaakt door:

Klassewerkplek. Wetenschappelijke studies tonen aan dat gelukkige leerkrachten meer betrokken zijn, minder verzuimen en effectiever lesgeven, wat de onderwijskwaliteit verbetert en de werkdruk vermindert. Wil je meer weten over hoe zo’n gelukkige werkplek eruit kan zien? Check dan snel www.klassewerkplek.nl en doe mee!

Wetenswaardig. Wil jij thematisch onderwijs realiseren, op basis van directe instructie, rijke teksten, en ook nog eens volledig kerndoel dekkend zijn? Wetenswaardig is een compleet uitgewerkte lesmethode voor leraren in het primair onderwijs. Nieuwsgierig? Kijk op www.wetenswaardig.nl voor meer informatie!

Bekijk ons gesprek eens op YouTube!

Hoe geef je leiding aan een grote onderwijsorganisatie? Tjipcast 099 met Anky Romeijnders

Ik ben in Rotterdam en te gast bij Anky Romeijnders, lid van het college van bestuur van ROC Albeda. In haar portefeuille zit onderwijs, kwaliteit en innovatie. Albeda is een groot ROC. Ze hebben 28 locaties verspreidt over 12 plaatsen in de regio groot Rotterdam Rijnmond en geven aan ongeveer 20.000 studenten onderwijs. Met de samenwerkingspartners erbij opgeteld (MBO, HBO, bedrijven, ziekenhuizen, etc.) komen ze bijna aan 30.000 studenten. Ik ben nieuwsgierig hoe je handen en voeten geeft aan leiderschap in zo’n grote onderwijsorganisatie. Mijn ontmoeting met Anky is best wel bijzonder, omdat ze einde van dit jaar ‘met pensioen’ gaat. We blikken in zekere zin ook terug op haar werkzame leven in het onderwijs. En dat werd een bijzonder gesprek!

Een aantal vragen staan centraal in dit gesprek:

  • Hoe geef je leiding aan een grote onderwijsorganisatie?
  • Hoe blijf je als leider verbinding houden met de collega’s en partners in de regio?
  • Welke invloed heb je als leider?
  • Wat is het belang van een ontmoetingsplek voor studenten in deze Corona tijden?
  • Iedere manager wil graag beter worden in zijn vak, maar hoe doe je dat? Wat is daarin belangrijk?
  • Hoe geef je handen en voeten aan het bouwen van slimme en innovatieve samenwerkingsrelaties met het werkveld?
  • En wat is nu eigenlijk onderwijskundig leiderschap?