Episode Archives

In gesprek over de zoektocht naar een toekomstbestendig curriculum voor alle lerarenopleidingen in Nederland (LIVE podcast)

Het is maandag 16 maart en ik ben te gast bij het Velon congres 2026. Velon staat voor de vereniging van lerarenopleiders in Nederland. Velon staat voor de beroepsstandaard voor lerarenopleiders die wordt samengesteld met het beroepsveld. Het thema van op dit congres is eigenwijs en eigentijds opleiden. Centraal deze aflevering staan dan ook de lerarenopleidingen tot leraar basisonderwijs en hun uitdaging om binnen alle wettelijke en bestuurlijke kaders te komen tot een studeerbaar, samenhangend én evidence-informed curriculum. En dan liefst ook nog eigenwijs en eigentijds.

Het landelijk overleg van de lerarenopleidingen basisonderwijs (LOBO) heeft een poging ondernomen om de samenhang tussen alle verschillende kaders te ontdekken en daarmee ook een brug te slaan naar het advies Bekwaamheid beter borgen uitgebracht door de Onderwijsraad. Dit is geen gemakkelijke opdracht, want het raakt diverse complexe kwesties rondom onderwijskwaliteit, opleiden, maar ook de pluriformiteit van ons bestel en de diversiteit van opleidingsinstituten. Hoe gaan we hiermee om? Wat is noodzakelijk en haalbaar de komende jaren?

Ik ga over deze vragen in gesprek met mijn tafelgasten:

Karin van Weegen, voorzitter van het LOBO (Landelijk Overleg Lerarenopleiding Basisonderwijs). LOBO is de initiatiefnemer van deze dialoog.

Helma Oolbekkink, lector professionaliteit van leraren verbonden aan de Hogeschool Arnhem en Nijmegen. Was eerder de voorzitter van de VELON: De beroepsvereniging voor lerarenopleiders. Schreef een ‘white paper’ met de titel “Leraren opleiden in het oog van de storm.”

Simone Fomenko, leerkracht en specialist hoogbegaafdheid bij de Veluwse Onderwijsgroep en hoofdbestuurslid primair onderwijs bij de Aob. Ze was lid van de schrijfgroep herijking bekwaamheidseisen.

Hein Broekkamp, senior raadsadviseur bij de Onderwijsraad. Hij heeft meegeschreven aan het advies Kwaliteit beter borgen.

En tussendoor doet het publiek mee door vragen te stellen en doen Annelies Opstraat (directeur toezicht middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs bij de Inspectie van het Onderwijs) en Sjoerd de Jong (senior beleidsmedewerker Ministerie van OC&W op gebied van de lerarenopleidingen) mee aan de dialoog.

Deze aflevering in samenwerking met het Landelijk Overleg Lerarenopleiding Basisonderwijs (LOBO).

Bekijk ons gesprek eens op YouTube!

Tijdstempels

00:05 – Introductie en welkom

02:50 – Zoektocht en aanleiding

04:30 – Evidence-informed curriculum voor alle opleidingen?

08:30 Samen met werkgevers en beroepsgroep optrekken

08:44 Perspectief van de Onderwijsraad

11:07 Verschillende zienswijzen en perspectieven

13:20 Startende leerkrachten moeten de basis leren

14:45 Diversiteit en verschil tussen opleidingen

16:14 Veel overleggen en rapporten schrijven, heeft dat zin?

19:30 Een landelijke toets?

21:50 Kaders toetsbaar maken

22:10 Welk perspectief hanteert de inspectie?

22:55 Bekwaamheidseisen waren te abstract

25:40 Vragen we niet teveel van starters?

28:07 Vraag uit de zaal

29:10 Kerndoelen en eindtermen zijn breder dan rekenen en taal

30:45 Pluriformiteit en het belang van verscheidenheid

33:10 Hoe maak je er een curriculum van?

34:25 Hoe nu verder?

36:00 Dilemma’s en spanningsvelden rondom gelijke kansen

37:20 Afstemming tussen scholen en opleiders

38:20 Goed onderwijs kan je niet alleen

39:10 Slot en reflectie, afronding

Van fonemisch bewustzijn naar beginnend leren lezen en spellen

Leren lezen begint niet pas op het moment dat een kind letters aan woorden koppelt. Daarvoor ligt een minder zichtbaar, maar beslissend fundament: het bewust worden van klanken, woorden, zinnen en de manier waarop gesproken taal is opgebouwd. Wie dat fundament zorgvuldig legt, vergroot de kans dat kinderen later vloeiend leren lezen en spellen — en voorkomt dat zij al vroeg achterstanden oplopen die nog jaren kunnen doorwerken.

Marita Eskes en Marcel Schmeier schreven hierover het boek Van fonemisch bewustzijn naar beginnend leren lezen en spellen. Daarin werken zij een systematische opbouw uit van activiteiten en lessen die jonge kinderen voorbereiden op het leren lezen. Hun uitgangspunt is dat deze basis niet vanzelf ontstaat en ook niet afhankelijk zou moeten zijn van toevallige gewoontes in de klas. Goede instructie in de vroege jaren kan een groot verschil maken.

Opvallend in hun aanpak is de nadruk op kleine, concrete didactische keuzes: veel vragen stellen, alle leerlingen activeren, woorden expliciet uitleggen en hardop laten herhalen en systematisch opbouwen van eenvoudig naar complex. Daarmee is goed onderwijs niet alleen een kwestie van inhoud, maar ook van vorm. Het gesprek laat zien hoe sterk vroege taal- en leesdidactiek samenhangt met kansengelijkheid, succeservaringen en het voorkomen van onnodige leesproblemen.

Kernpunten uit de podcast:

đŸ”€ Fonologisch en fonemisch bewustzijn vormen de basis onder beginnend lezen en spellen. Kinderen moeten eerst begrijpen wat klanken, woorden, zinnen en letters zijn voordat complexere leesvaardigheden stevig kunnen ontstaan.

đŸ§© Goede instructie is systematisch opgebouwd. Door subdoelen bewust te ordenen en stapsgewijs aan te bieden, voorkom je dat kinderen moeten werken met kennis of vaardigheden die nog onvoldoende zijn verankerd.

đŸ—Łïž Directe instructie bij jonge kinderen is niet passief, maar juist interactief. De kracht zit in het voortdurend activeren van alle leerlingen, hardop laten verwoorden, denktijd geven en begrip steeds tussendoor controleren.

📚 Rijke taal en expliciete instructie versterken elkaar. Door woorden bewust aan te leren en kinderen die woorden ook zelf te laten gebruiken, groeit niet alleen hun leesbasis, maar ook hun mondelinge taalvaardigheid.

đŸ› ïž Sterker onderwijs kan leesproblemen helpen voorkomen. Niet elk probleem is te vermijden, maar betere didactiek, heldere leerlijnen en tijdige monitoring kunnen wel degelijk het aantal kinderen met hardnekkige leesproblemen verminderen.

Quotes uit het gesprek

“Het fundament van goed leren lezen en spellen wordt gelegd in de kleutergroepen.”

“Het gaat niet alleen om de leerlingen te helpen, maar om de onderwijzers te onderwijzen.”

“Een leerling die goed kan lezen, die vindt het doorgaans ook leuker.”

Tjipcast wordt mogelijk gemaakt door:

Wetenswaardig. Wil jij thematisch onderwijs realiseren, op basis van directe instructie, rijke teksten, en ook nog eens volledig kerndoel dekkend zijn? Wetenswaardig is een compleet uitgewerkte lesmethode voor leraren in het primair onderwijs. Nieuwsgierig? Kijk op Wetenswaardig voor meer informatie!

JSW. HĂ©t vakblad voor leerkrachten en onderwijsprofessionals. JSW is praktijkgericht, duidelijk en toegankelijk! En wist je dat JSW ook een thematisch deel heeft? Met zes rijke edities per schooljaar Ă©n extra inspiratie via de website en nieuwsbrief blijf jij zo helemaal bij! Bijvoorbeeld nieuwsgierig naar basisvaardigheden, burgerschap, meertaligheid, sociaal emotionele ontwikkeling of actuele ontwikkelingen op het gebied van lezen? 

Boeken en tips

Van fonemisch bewustzijn naar beginnend leren lezen en spellen in 100 lessen

Technisch lezen in een doorlopende lijn

Begrijpend lezen in een doorlopende lijn

Expliciete Directe Instructie in het voortgezet onderwijs

Bordwerk en aantekeningen, slow teaching in de 21ste eeuw

Effectief rekenonderwijs op de basisschool

Expliciete directe instructie 2.0

Zembla-uitzending over de explosieve toename van dyslexie diagnoses

Tijdstempels

00:05 – Introductie
01:23 – Brede doelgroep
03:07 – Gescripte lessen
08:20 – Fonemisch bewustzijn
11:17 – Systematische opbouw
15:29 – Misvattingen kleuters
18:53 – Leesrijp discussie
21:37 – Kennis tankstation
23:06 – Schoolvisie en instructie
24:56 – Letter instructie
29:03 – Team leren
31:02 – Formatief monitoren
33:56 – Boek onderdelen
37:18 – Dyslexie labels
39:53 – Slot

Bekijk ons gesprek eens op YouTube!

Burgerschap in het Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO)

Burgerschap in het voortgezet speciaal onderwijs kan snel gaan over grote thema’s als democratie, vrijheid en gelijkheid, terwijl de praktijk juist vraagt om kleine, concrete situaties: reizen met het openbaar vervoer, feedback ontvangen op je stage of een gesprek beginnen met iemand die je niet kent. In dit gesprek staat die vertaalslag centraal. Annette van der Laan (SLO) en Remko Grandia (intern begeleider in het VSO) laten zien waarom “functionele kerndoelen” zo zijn ingericht: gericht op redzaamheid in wonen, werken en vrije tijd, met leren in alledaagse contexten. Burgerschap blijkt dan geen los vak, maar iets dat samenhang zoekt met taal en rekenen, precies omdat leerlingen verbanden moeten kunnen leggen om het in het echte leven toe te passen.


Tegelijk wordt in deze aflevering duidelijk dat scholen meestal al best veel doen, maar dat het helpt om activiteiten te ordenen: met een gezamenlijke visie als verbindende “satĂ©prikker” en de kerndoelen als “kapstok”. Ook de rol van leerlingen komt terug: initiatieven via leerlingenraad, een werelddag, en projecten in de wijk maken burgerschap tastbaar. En hoe monitor je persoonlijke ontwikkeling en groei? Niet afvinken of toetsen alsof het feitenkennis is, maar eerder monitoren via observatie, reflectie en transfer naar nieuwe leersituaties.

Een aantal kernbevindingen:

đŸ§© Functionele kerndoelen richten zich op praktische redzaamheid: leren in alledaagse contexten, voorbereid op wonen, werken en vrije tijd.

đŸ§ âžĄïžđŸš¶ Samenhang organiseren maakt burgerschap krachtiger: taal en rekenen sluiten aan op dezelfde praktijksituaties, zodat leerlingen verbanden kunnen leggen en toepassen.

đŸȘ Kapstok gebruiken helpt om te ordenen: veel scholen doen al veel, maar door activiteiten aan kerndoelen te koppelen zie je doublures Ă©n hiaten.

🌍 Sociale identiteit is voorwaardelijk in het VSO: ‘jezelf en de ander’ vraagt extra aandacht om een plek te vinden in een diverse samenleving.

đŸ‘„ Groei monitoren vraagt reflectie: ontwikkeling zie je in observatie, gesprek en transfer naar nieuwe situaties, niet in een afvinktoets.

Quotes uit het gesprek:

“De kerndoelen zijn de kapstok en de jassen zijn de activiteiten die je in de klas doet. Nou is dus de uitdaging om de jassen aan de juiste haakjes te hangen.” (Annette van der Laan)

“Samenhang is belangrijk omdat leerlingen uiteindelijk moeten leren om verbanden te zien. Op het moment dat iets los is, dan vinden veel leerlingen het ingewikkeld om dingen aan elkaar te koppelen.” (Remco Grandia)

“Groei is in eerste instantie voor deze leerlingen ten opzichte van zichzelf. Dus ga alsjeblieft geen vragenlijst invullen.” (Annette van der Laan)

Deze podcast maak ik samen met het Expertisepunt Burgerschap. Vorig jaar maakte ik al een reeks van vijf speciale afleveringen over burgerschap in het onderwijs. Van aanleiding naar praktijk, van kennis naar handelen. Je kunt deze afleveringen terugvinden en je bent helemaal bij als het gaat om burgerschap! Meer weten? Kijk voor meer informatie op www.expertisepuntburgerschap.nl

Meer weten over de kerndoelen die ter sprake kwamen in deze aflevering? Kijk hier!

Bekijk ons gesprek eens op YouTube!

Tijdstempels

00:00 – Welkom en introductie
01:14 – Centrale vraag
01:30 – Kerndoelenboek VSO
02:12 – Functioneel leren
04:10 – Lijn en samenhang
06:59 – Rol van kennis
08:57 – Drie domeinen
10:17 – Jaarindeling school
12:22 – Gastsprekers praktijk
13:15 – Leerlingenraad inspraak
15:19 – Team visie
21:53 – Werkgroep aanpak
24:05 – Leerling input
27:45 – Wijk project
30:32 – Kennis ervaring
32:53 – Groei monitoren
38:19 – Adviezen en slot

Hoe geef je levensbeschouwing en zingeving vorm in een ontzuilende samenleving?

Religie en levensbeschouwing zijn niet verdwenen uit de samenleving, maar van vorm veranderd. Juist daardoor wordt de vraag urgenter hoe scholen jongeren helpen om betekenis te geven aan wat ze meemaken, tegenkomen en onderzoeken. Waar vroeger kerk, zuil of schoolidentiteit vaak vanzelf een kader boden, groeit nu een werkelijkheid waarin tradities naast elkaar bestaan, vervloeien of juist op afstand zijn komen te staan.

Dat vraagt om een andere benadering van onderwijs. Niet alleen kennis van religieuze tradities blijft van belang, maar ook het vermogen om religieuze, morele en existentiĂ«le vragen in de wereld te herkennen. De centrale gedachte in dit gesprek is dat levensbeschouwelijk onderwijs niet (alleen) moet blijven steken in abstracte “zinvragen”, maar concreet, onderzoekend en wereldgericht moet zijn. Bij objecten, verhalen, rituelen, gemeenschappen en ervaringen kunnen leerlingen leren zien wat anders onzichtbaar blijft.

Tegelijk klinkt er een pleidooi voor vakmatige scherpte. Levensbeschouwing is geen restcategorie voor vrije meningsvorming, maar een kennisgebied met eigen perspectieven, taal en didactiek. In een ontzuilende en diverse samenleving ontstaat zo niet minder, maar juist meer reden om dit vak opnieuw te doordenken: als plek waar kennis, oriëntatie en gesprek samenkomen.

Over deze thematiek spreek ik met:

Markus Davidsen, universitair docent godsdienstsociologie aan het Leids Centrum for Religiewetenschap aan de Universiteit Leiden en projectleider curriculumwerk van LERVO (Expertisecentrum Levensbeschouwing en Religie in het Voortgezet Onderwijs).

Kevin Reuter, docent op een middelbare school in Helmond en bestuurslid van de VDLG.

Gijs van Gaans, docentopleider en vakdidacticus verbonden aan ICLON in Leiden en de ILO in Amsterdam, daarnaast docent geschiedenis aan de Fontys Hogeschool in Tilburg. Ook is hij lid van de curriculumwerkgroep van LERVO.

Een aantal kernbevindingen:

✩ Ontzuiling betekent niet dat religie verdwijnt, maar dat betrokkenheid diffuser, diverser en minder vanzelfsprekend wordt. Daardoor moeten scholen nieuwe manieren vinden om religie en zingeving zichtbaar en bespreekbaar te maken.

✩ De sprekers pleiten voor levensbeschouwelijk onderwijs dat niet alleen draait om persoonlijke meningen, maar ook om krachtige, disciplinaire kennis. Leerlingen moeten leren kijken met begrippen en perspectieven die thuis vaak niet vanzelf worden aangereikt.

✩ Abstracte modellen rond “zinvragen” blijken voor veel leerlingen te ver weg. Concreet werken met objecten, praktijken, verhalen en onderzoek sluit beter aan bij hun nieuwsgierigheid en ervaring.

✩ De perspectiefgerichte benadering biedt een gemeenschappelijke taal voor curriculumontwikkeling. Daarmee proberen de betrokkenen verschillende visies binnen het vak te verbinden zonder de eigenheid van het vak te verliezen.

✩ Levensbeschouwelijk onderwijs raakt aan actuele thema’s als polarisatie, prestatiedruk, identiteit en verbondenheid. Het vak kan leerlingen helpen om niet alleen zichzelf, maar ook de wereld en hun verhouding daartoe beter te verstaan.

Deze aflevering maak ik samen met de Vereniging van Docenten Levensbeschouwing en Godsdienst (VDLG).

Meer lezen over dit onderwerp? Hieronder een lijst met boeken, sites, publicaties en tips!

Religieuze geletterdheid als krachtige kennis

Bezoek hier het expertisecentrum levensbeschouwing en religie (LERVO)

Religie, levensbeschouwing en burgerschap op school

Nieuwe werelden openen: perspectieven op levensbeschouwing en religie

Knowledge, judgement and the curriculum: On the past, present and future of the idea of the Practical

Interview met Markus Altena Davidsen over LERVO

Meer over perspectiefgericht onderwijs vind je hier

Bronnen van zin: perspectieven op religieuze verschijnselen

Bekijk ons gesprek eens op YouTube!

Tijdstempels

00:03 – Introductie gasten
01:27 – Inspiratieboeken curriculum
02:33 – Relevantie van religie
04:17 – Vloeibare religie
05:45 – Onderwijs verandering
07:17 – Groeiende diversiteit
09:26 – Andere zingeving
14:26 – Historische trends
16:28 – Curriculumontwikkeling nu
17:57 – Perspectiefbenadering uitgelegd
22:32 – Leerlingenonderzoek religie
25:48 – Motivatie betekenis
31:16 – Abstracte zinvragen
37:50 – Toekomst vakgebied

Waarom lezen en tellen de wereld zullen redden

In het onderwijs gaat het vaak over welzijn, motivatie, gelijke kansen en persoonlijke ontwikkeling. Allemaal belangrijke thema’s. Maar wat gebeurt er als we daarbij uit het oog verliezen dat leren zelf óók een vorm van emancipatie is? Dat goed leren lezen, rekenen en denken niet alleen schoolse prestaties beïnvloedt, maar ook samenhangt met mentaal welzijn, maatschappelijke participatie en sociale mobiliteit?

In dit gesprek staat precies die vraag centraal. Hoogleraar Wouter Duyck betoogt dat het onderwijs de afgelopen decennia te vaak is meegegaan in romantische ideeën over zelfontdekkend leren, vaardigheden los van kennis en een bijna vanzelfsprekend wantrouwen tegenover begrippen als intelligentie en ambitie. Daar zet hij een ander perspectief tegenover: cognitieve ontwikkeling is geen bijzaak, maar de kern van wat onderwijs uiteindelijk is. Over deze redenering schreef hij een zeer lezenswaardig boek: Mijn kind, slim kind. Waarom lezen en tellen de wereld zullen redden. Over dit boek ging ik met hem in gesprek. Collega Erik Meester schoof ook aan als co-host!

In dit boek onderbouwt Wouter een ongemakkelijke, maar zeer urgente gedachte. Misschien is de daling in lees- en rekenprestaties niet alleen een probleem voor de schoolresultaten, maar ook voor welzijn, kansengelijkheid en de kwaliteit van de samenleving als geheel. Wie lezen en rekenen relativeert, relativeert daarmee uiteindelijk ook de voorwaarden waaronder kinderen zelfstandig, veerkrachtig en vrij kunnen worden. Zijn we ongemerkt beland in een cultuur van lage verwachtingen?

Kernpunten uit de podcast:

📚 Lezen en rekenen is een fundament
Volgens Wouter Duyck zijn lezen en rekenen geen beperkte schoolvaardigheden, maar de basis voor verdere ontwikkeling, maatschappelijke deelname en sociale mobiliteit.

🧠 Leren en welzijn horen bij elkaar
Welzijn is niet alleen een voorwaarde om te leren; leren kan juist ook bijdragen aan zelfvertrouwen, grip, veerkracht en mentaal welzijn.

🎯 Intellectuele ambitie doet ertoe
Een cultuur van “goed genoeg” beperkt vooral leerlingen die juist veel baat hebben bij hoge verwachtingen en stevige cognitieve uitdaging.

đŸ‘©â€đŸ« Didactiek maakt het verschil
De kwaliteit van de leraar en de gekozen aanpak zijn cruciaal. Directe instructie, herhaling, oefening en feedback sluiten volgens Duyck beter aan bij hoe leren werkt.

⚖ Gelijke kansen vragen om sterke kennisbasis
Kansengelijkheid ontstaat niet door cognitieve eisen te verlagen, maar door meer leerlingen toegang te geven tot krachtige kennis en goed onderwijs.

Quotes uit het gesprek

“We zijn een beetje vergeten dat slim zijn een motor is van ontwikkeling, ook van sociale ontwikkeling.”

“Leren en mentaal welzijn zijn helemaal geen tegengestelden. In tegendeel: goed kunnen denken is ook goed kunnen voelen.”

“Als je gelijke kansen wil, moet je niet het gymnasium afschaffen. Je moet ervoor zorgen dat Mohammed in het gymnasium geraakt.”

Tjipcast wordt mogelijk gemaakt door:

Wetenswaardig. Wil jij thematisch onderwijs realiseren, op basis van directe instructie, rijke teksten, en ook nog eens volledig kerndoel dekkend zijn? Wetenswaardig is een compleet uitgewerkte lesmethode voor leraren in het primair onderwijs. Nieuwsgierig? Kijk op Wetenswaardig voor meer informatie!

JSW. HĂ©t vakblad voor leerkrachten en onderwijsprofessionals. JSW is praktijkgericht, duidelijk en toegankelijk! En wist je dat JSW ook een thematisch deel heeft? Met zes rijke edities per schooljaar Ă©n extra inspiratie via de website en nieuwsbrief blijf jij zo helemaal bij! Bijvoorbeeld nieuwsgierig naar basisvaardigheden, burgerschap, meertaligheid, sociaal emotionele ontwikkeling of actuele ontwikkelingen op het gebied van lezen? 

Tijdstempels

00:00 – Intro gesprek
01:18 – Onderwijs debat
02:26 – Slimheid en onderwijs
03:35 – Welzijn en leren
07:03 – Intellectuele ambitie
09:02 – Basis vaardigheden
11:03 – Directe instructie
13:31 – Begrijpend lezen
17:56 – Pedagogiek onderwijs
25:29 – Leraren opleidingen
34:18 – Niveaugroepen onderwijs
41:50 – Toetsing in het onderwijs
44:40 – Kunstmatige intelligentie

Bekijk ons gesprek eens op YouTube!

Wat mogen we (en wat kunnen we) verwachten van regionale sturingsnetwerken in het onderwijs?

Dit is de zevende aflevering in de podcastreeks over werken in het onderwijs, gemaakt op uitnodiging van het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs (voorheen het NRO) en de programmacommissie Werken in het onderwijs.

In deze aflevering ga ik in gesprek met Sietske Waslander en Anko van Hoepen. Sietske is hoogleraar sociologie en verbonden aan TIAS School for Business and Society. Ze doet onderzoek naar sturingsprocessen in het onderwijs op stelsel-, organisatie- en regionaal niveau. Anko van Hoepen is bestuursvoorzitter van SPO Utrecht, een bestuur van meer dan 35 openbare scholen in de stad Utrecht.

We gaan in gesprek over de vraag: wat mogen we (en wat kunnen we) verwachten van regionale sturingsnetwerken in het onderwijs? We doen dit door het onderzoeksproject Sturen met ruimte: regionaal bestuur in het onderwijs te bespreken en specifiek de publicatie De regio als bestuurlijk schaalniveau. Deze publicatie is gebaseerd op een empirische studie naar 30 regionale sturingsnetwerken. Ze verkennen wat deze netwerken opleveren, wanneer ze goed werken, en wat er nodig is om van overleg naar impact te komen.

Onderwerpen die aan bod komen:

đŸ§© Wat is een regionaal sturingsnetwerk en wat bedoelen we eigenlijk met ‘regio’?

🧭 
 waarom gedeeltelijke overlap van netwerken veelal lastigs werkt in de praktijk

đŸ€ Bestuurlijk vermogen: het belang van onderling vertrouwen, informatie delen, gedeelde betekenisgeving Ă©n ruimte voor discussie

☕ De sleutelrol van netwerkcoördinatoren (en waarom “belletjes en kopjes koffie” ertoe doen in de dagelijkse praktijk)

đŸ™ïž Praktijkvoorbeelden uit Zeeland en Utrecht, inclusief ‘dakpanvergaderingen’ en stadstafels

🔎 Hoe kan je als bestuurder netwerkafspraken vertalen naar wat er gebeurt in de school en in de klas?

Belangrijkste linkjes en bronnen van de aflevering:

Het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs heeft rondom dit onderwerp ook andere relevante bronnen beschikbaar:

Meer weten over de podcastreeks?

Deze serie wordt gemaakt op uitnodiging van het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs (NKO) en de programmacommissie Werken in het onderwijs. In elke aflevering gaat Tjip de Jong met een onderzoeker en een onderwijsprofessional in gesprek over wetenschappelijk onderzoek, en wat dit betekent voor het werk in de onderwijspraktijk. Het doel is om de dialoog tussen praktijk en wetenschap te versterken door perspectieven en ervaringen te delen. Wil je alle afleveringen raadplegen? Kijk hier! Werken in het onderwijs.

Heb je vragen of suggesties? Laat een reactie achter via https://tjipcast.nl/vraag.

Tijdstempels

00:00 Introductie en samenwerking NKO

00:40 Gasten en centrale vraag

01:05 Onderzoeksproject en publicatie

01:35 Onderzoeksteam en primair onderwijs

03:24 Wat is een (regionaal) sturingsnetwerk?

03:43 In hoeveel netwerken zit een bestuurder?

05:03 De “tussenlaag” groeit

05:51 Definitie: netwerk, sturingsnetwerk, regio als schaalniveau

06:44 Sociaal kapitaal + geografische bril

07:41 Netwerken mét en zónder geografische binding

09:34 Zeeland vs. Utrecht

11:53 Drie voorbeelden

14:20 Strategisch gedrag

15:23 Bestuurlijk vermogen

16:46 Bestuurlijke prestaties

20:03 Waarom samenwerken nodig is

22:20 Waar komen netwerken vandaan?

25:51 Hoe zorg je dat de “lepel de soep raakt”?

27:02 Rol netwerkcoördinator

30:54 Wat vraagt dit van bestuurders?

33:16 Complexiteit

36:55 Vraag van Marco Snoek

39:01 Wat is anders bij sturingsnetwerken?

42:32 Opbrengsten onderzoek

44:04 Estafette en dakpanvergaderingen

46:37 Vervolgonderzoek

47:55 Vervolgonderzoek

48:48 Afsluiting

Bekijk ons gesprek eens op YouTube!

Wat maakt jonge kinderen tot echte lezers?

Lezen begint niet bij het herkennen van letters, maar door met aandacht betekenisvolle verhalen te delen aan jonge kinderen. En dit start al vanaf enkele maanden oud! De kern van ontluikende geletterdheid is daarmee veel rijker dan het huidige onderwijsdebat over lezen ons laat zien. Vanuit deze gedachte ontvouwt Wilna Meijer een ander beeld van “leren lezen” dan het gangbare schema van klankbewustzijn, letterkennis en bijvoorbeeld vroege toetsing. Ze beschrijft hoe kinderen al heel jong, nog vóór ze geschreven letters naar klanken kunnen decoderen, zich als lezers kunnen gedragen. Kinderen herkennen verhaallijnen, “lezen” prentenboeken mee en ontwikkelen zo een liefde voor lezen. Hoe kunnen we ontluikende geletterdheid sterker cultiveren in ons huidige onderwijs?

Lezen is meer dan de optelsom van deelvaardigheden, maar een complex en verweven netwerk van taal, kennis, interpretatie, gesprek en ervaring. Juist omdat lezen zo verbonden is met betekenis en wereldkennis, wordt volgens haar de kleuterfase kwetsbaar wanneer die vooral wordt ingericht als voorbereiding op technische instructie en (impliciete) toetspraktijken. Hoe dit anders kan zet ze in deze podcast specifiek uiteen. Haar boek Wat jonge kinderen echte lezers maakt gaat over ontluikende geletterdheid en is het eerste deel van een onderzoeksproject naar ‘de levenstijdperken’ van de lezer.

Kernpunten uit de podcast:

📌 Ontluikende geletterdheid draait om samen boeken lezen, gezamenlijke aandacht en groeiend verhaalbegrip, niet om vroege letter-klanktraining.
đŸ§© Deelvaardigheden stapelen (klanken, letters, strategieĂ«n) suggereert ten onrechte dat lezen een optelsom is, terwijl lezen juist een samenhangend, interactief proces is.
👀 Toetsen bij kleuters kan een verkeerd startpunt zijn: klanken isoleren uit woorden is voor veel jonge kinderen conceptueel moeilijk en weinig betekenisvol.
đŸ—Łïž Rijke dialogen over teksten (goed luisteren, doorvragen, terug naar de tekst) bouwen begrip, interpretatie en betrokkenheid en kunnen toetsen vaak vervangen.
📚 Veel lezen als motor: vloeiend lezen en leesnetwerken ontstaan vooral door leeskilometers en inhoudelijke rijkdom, óók in zaakvakken en non-fictie.

Tjipcast wordt mogelijk gemaakt door:

Wetenswaardig. Wil jij thematisch onderwijs realiseren, op basis van directe instructie, rijke teksten, en ook nog eens volledig kerndoel dekkend zijn? Wetenswaardig is een compleet uitgewerkte lesmethode voor leraren in het primair onderwijs. Nieuwsgierig? Kijk op Wetenswaardig voor meer informatie!

JSW. HĂ©t vakblad voor leerkrachten en onderwijsprofessionals. JSW is praktijkgericht, duidelijk en toegankelijk! En wist je dat JSW ook een thematisch deel heeft? Met zes rijke edities per schooljaar Ă©n extra inspiratie via de website en nieuwsbrief blijf jij zo helemaal bij! Bijvoorbeeld nieuwsgierig naar basisvaardigheden, burgerschap, meertaligheid, sociaal emotionele ontwikkeling of actuele ontwikkelingen op het gebied van lezen? 

Tijdstempels

00:05 – Intro en welkom
00:36 – Leesinteresse
02:26 – Ontluikend lezen
03:59 – Verhaalbegrip
05:02 – Gezamenlijke aandacht
06:35 – Vergeten kennis
09:42 – Klanktraining
12:10 – Toetsproblemen
14:36 – Observatiekunst
18:24 – Decontextualisatie
23:09 – Herlezen
28:39 – Evidence kritiek
33:04 – Zaakvakken terug
34:23 – Veel lezen
39:37 – Goede vragen en slot

Bekijk ons gesprek eens op YouTube!

De overstap van een gefragmenteerd naar samenhangend taalaanbod met thematisch onderwijs

In veel klaslokalen wordt het curriculum nog vaak in losse blokken aangeboden: even rekenen, dan begrijpend lezen, daarna stellen en misschien een leestoets. Maar wat gebeurt er als je taal, kennis en wereldoriëntatie niet los aanbiedt, maar bewust met elkaar verbindt? Hoe voorkom je een versnippert curriculum en welke effecten heeft samenhang op gelijke kansen voor leerlingen?

Ik ben te gast op de Nationale Conferentie Thematisch Onderwijs in de Rijtuitgenloods in Amersfoort en ga tussen de workshops, lezing en schoolpresentaties in gesprek met Marita Eskes en Willemien Trommel-van der Linde. We verkennen hoe een samenhangend taalaanbod kan bijdragen aan diepgaander leren, sterkere leesontwikkeling en meer betekenis in de klas. Wist je dat er bijna 1.000 leerkrachten en onderwijsprofessionals bij elkaar kwamen om kennis uit te wisselen over thematisch onderwijs? Ook stonden we stil bij de lancering van Wetenswaardig, een compleet uitgewerkte lesmethode voor leraren in het primair onderwijs! Check de podcast voor meer afleveringen over thematisch onderwijs.

Hoe wordt de wiskundeles een plek waar leerlingen leren denken?

Leerlingen kunnen keurig een stappenplan nadoen en tĂłch nauwelijks beter wiskundig leren denken. Voor veel leerlingen op de middelbare school gaat wiskunde over het correct ‘herhalen’ wat de docent voordoet op het bord. Is het ook mogelijk een werkomgeving te creĂ«ren waar leerlingen uitgedaagd worden om zelfstandig en diep te leren nadenken over wiskundige problemen? Dat is de zoektocht waar ik met Matthias Kaat over doorpraat: wiskunde draait fundamenteel om probleemoplossen, redeneren en het opdoen van inzicht, maar in veel lokalen overheerst vooral een “voordoen–nadoen–oefenen” methodiek. De vraag is dan ongemakkelijk simpel: leren leerlingen eigenlijk wel goed wiskunde?

Matthias Kaat is lerarenopleider wiskunde en is aan de slag gegaan met het boek Building Thinking Classrooms (Peter Liljedahl) als een praktische benadering om wiskundig denken zichtbaar en collectief te maken. Niet door leerlingen “zomaar wat te laten doen”, maar door juist te werken met slimme klas routines: bijvoorbeeld met steeds willekeurige drietallen, door staand te werken, de klas anders in te richten en aan de slag te gaan op whiteboards met een prikkelende en uitdagend wiskundig vraagstuk. Fouten maken wordt minder riskant, ideeĂ«n worden makkelijker gedeeld en “didactisch afkijken” wordt onderdeel van de lespraktijk. Leerlingen leren hierdoor dieper nadenken is het idee.

Belangrijk is ook de nuance: dit is geen alles-of-niets werkwijze. Divergente problemen (met meerdere aanpakken) en convergente taken (gericht oefenen) versterken elkaar. Liljedahl put uit 15 jaar praktijkonderzoek en brengt wiskundige vraagstukken tot leven in de lespraktijk. We bespreken tot slot ook hoe je deze werkwijze kunt adopteren in je klaslokaal. Ook voor andere domeinen buiten de wiskunde!

Kernpunten uit de podcast:

đŸ§© Het doel en de lespraktijk botsen vaak: we zeggen “leren denken”, maar organiseren lessen die vooral reproduceren en nadoen stimuleren.
đŸ§» Uitwisbaar en verticaal werken verlaagt drempels: opschrijven voelt minder definitief, waardoor leerlingen sneller starten en meer durven.
đŸŽČ Willekeurige drietallen veranderen de dynamiek: samenwerken wordt onvoorspelbaar en normaliseert dat je met iedereen kunt werken, met effecten op betrokkenheid.
đŸ§‘â€đŸ« De docentrol verschuift naar coachen en observeren: luisteren, kleine interventies, gedrag en denkprocessen terugkaatsen in plaats van alleen “goed/fout” controleren.
🧠 Divergent Ă©n convergent hebben een plek: open problemen bouwen betekenis en kapstokken; gerichte oefenreeksen kunnen daarna efficiĂ«nter en bewuster helpen om te leren integreren.


Quotes uit de podcast:

💬 “Het gaat snelst bij een verticaal uitwisbaar onderschrift
 dus vandaar die whiteboards.”
💬 “Het is zelfs de bedoeling
 je mag eigenlijk spieken.”
💬 “Ik noem dat een beetje vertragen om te kunnen versnellen.”

Tjipcast wordt mogelijk gemaakt door:

Wetenswaardig. Wil jij thematisch onderwijs realiseren, op basis van directe instructie, rijke teksten, en ook nog eens volledig kerndoel dekkend zijn? Wetenswaardig is een compleet uitgewerkte lesmethode voor leraren in het primair onderwijs. Nieuwsgierig? Kijk op Wetenswaardig voor meer informatie!

JSW. HĂ©t vakblad voor leerkrachten en onderwijsprofessionals. JSW is praktijkgericht, duidelijk en toegankelijk! En wist je dat JSW ook een thematisch deel heeft? Met zes rijke edities per schooljaar Ă©n extra inspiratie via de website en nieuwsbrief blijf jij zo helemaal bij! Bijvoorbeeld nieuwsgierig naar basisvaardigheden, burgerschap, meertaligheid, sociaal emotionele ontwikkeling of actuele ontwikkelingen op het gebied van lezen? 

Tijdstempels

00:00 – Introductie en welkom
00:43 – Boekintro gesprek
01:34 – Lesobservaties onderzoek
02:23 – Doelen wiskunde
03:50 – Meten en experimenteren
05:45 – Foutenrisico papier
06:42 – Willekeurige drietallen
08:54 – Voorbeeldprobleem tuin
10:31 – Kaarten willekeur
11:40 – Didactisch afkijken
15:05 – Docent als coach
18:30 – Gallery walk
20:03 – Convergent oefenen
23:32 – Betekenisvol leren
24:23 – Spannend starten
33:29 – Cognitieve schema’s
34:50 – Pepernotencontext
36:25 – Stappenplan starten

Bekijk ons gesprek eens op YouTube!

Hoe ziet burgerschapsonderwijs er in de praktijk uit?

Burgerschapsonderwijs klinkt vaak groot en abstract, maar in de praktijk gaat het juist vaak ook over heel concrete momenten: een ruzie op het schoolplein, een gesprek over eenzaamheid, of de vraag wie er mee kan doen als geld een probleem is. In dit gesprek laten Rahila Maddoe (leerkracht en burgerschapscoördinator) en Stella van der Wal-Maris (emeritus lector onderwijs en sociaal ondernemerschap) zien hoe je burgerschap niet “erbij” doet, maar verweeft in het dagelijkse schoolleven.

Centraal staat het idee dat kinderen niet pas later burger worden: ze zijn nu al onderdeel van de samenleving. Dat vraagt onderwijs dat niet alleen uitlegt hoe de wereld werkt, maar kinderen laat ervaren dat ze samen het verschil kunnen samen, in hun klas en in hun wijk. Van leerling-mediatoren die conflicten helpen oplossen tot projecten waarbij kleuters verjaardagsdozen maken voor kinderen die anders niet kunnen trakteren: het zijn voorbeelden van hoopvolle oefenplaatsen. Positiviteit en hoop zijn dan ook belangrijke ankerpunten in deze dialoog

Juist omdat de wereld snel verandert en kinderen veel op zich af krijgen, is het volgens Rahila en Stella belangrijk om realiteit en handelingsperspectief bij elkaar te brengen. Niet wegkijken van moeilijke thema’s, maar ze klein en dichtbij maken, zodat kinderen kunnen oefenen met samenleven.

🌍 De maatschappij “is” niet iets buiten school: kinderen vormen haar nu al, en burgerschap gaat over actief meevormgeven — in het klein Ă©n in het groot.


đŸ§© Ervaren is belangrijker dan uitleggen: burgerschap krijgt betekenis als leerlingen het doen, oefenen, mislukken en opnieuw proberen.


đŸ€ Samen verschil maken vraagt structuur: een burgerschapskalender, gedeelde visie en afstemming in het team helpen om kansen te zien en te benutten.


đŸ—łïž Democratie zit in dagelijkse praktijk: stemprocedures, mediatoren en conflictoplossing laten kinderen voelen wat “ieder telt mee” betekent.


đŸŒ± Grote thema’s worden handelbaar door ze dichtbij te halen: klimaat, ongelijkheid of armoede worden concreet via acties in de buurt.

Quotes uit het gesprek:

Rahila: “Burgerschapsonderwijs is gewoon de wereld zo mooi mogelijk maken, zodat hij zo lang mogelijk, zo veilig mogelijk en zo fijn mogelijk aanvoelt met elkaar.”

Stella: “Je kan iets constateren en een beetje verdrietig om worden, maar je kan ook denken: ‘HĂ©, wat kunnen wij doen?’ en dat vervolgens gaan doen.”

Rahila: “Het zal je verbazen hoe kneedbaar kinderen zijn
 die kinderen willen juist ondernemen.”

Lees hieronder het hele artikel over kinderen als ‘sociale change makers’. En de foto van het team van Rahila kan je ook bekijken!

Deze podcast maak ik samen met JSW, hĂšt vakblad voor het basisonderwijs. JSW is al jaren het naslagwerk voor leerkrachten en onderwijsprofessionals in het primair onderwijs. JSW is praktijkgericht, duidelijk en toegankelijk! En wist je dat JSW ook een thematisch deel heeft? Met zes rijke edities per schooljaar ben jij zo helemaal bij! Bijvoorbeeld nieuwsgierig naar ICT & Media, basisvaardigheden, sociaal emotionele ontwikkeling of actuele ontwikkelingen op het gebied van lezen? Kijk op JSW.nl!

Bekijk ons gesprek eens op YouTube!

Tijdstempels

00:03 – Introductie
01:20 – Teamfoto en passie
02:48 – Toekomst van onderwijs
04:31 – Samenleving
07:23 – Eenzaamheid
09:05 – Mediators
10:39 – Definitie van burgerschap
12:11 – Burgerschapscoördinator
17:13 – Kalender
21:10 – Ondernemen
23:52 – Klimaat
28:51 – Wijk
31:52 – Verjaardag
34:18 – Feest