Vandaag ben ik te gast bij Skills The Finals. Het grootste beroepenevenement van Nederland. In de Brabanthallen Den Bosch is een heuse arena opgebouwd vol vakmanschap met hele gave vakwedstrijden en toffe activiteiten om beroepen uit te proberen. Op een locatie met een grootte van meer dan zeven voetbalvelden wordt er door ruim 600 vmbo’ers en mbo’ers gestreden om de titel Nederlands kampioen in zijn/haar vakgebied. Denk aan metselen, bloemwerk, fashion, verpleegkundige handelingen, brood bakken, apothekerassistent, lassen en nog veel meer! Er komen hier meer dan 25.000 bezoekers op af. 90% van de mbo-instellingen en 175 vmbo scholen doen aan de vakwedstrijden mee! Echt een onderwijs evenement van een andere orde. En ik ga hier een live podcast opnemen met meer dan 200 onderwijsmanagers, bestuurders en onderwijsleiders over het sluitstuk van de vakwedstrijden: de impact van Skills The Finals. Ook slaan we de brug naar krachtig en duurzaam onderwijs. Hoe kunnen we dit soort vakwedstrijden een duurzame plek geven in het (beroeps) onderwijs van Nederland?
Ik ga hierover in gesprek met Dominique Majoor, lid van het college van bestuur van het Koning Willem I College, Judith Veltman, directeur zorg en welzijn bij het ROC van Amsterdam – Flevoland en Linda Baeten-Vervoort, docent apothersassistent en skills coördinator bij Summa. Tussendoor doet het publiek mee door vragen te stellen en te reageren op diverse stellingen die ik hen voorleg. Dank aan Skills The Finals voor deze geweldige kans om hier een LIVE podcast op te kunnen nemen!
Veel onderwijsvernieuwing strandt niet op een gebrek aan ideeën, maar op de manier waarop scholen zijn georganiseerd. Daar ligt de kern van dit gesprek over het voortgezet onderwijs. Jeroen Imants laat zien hoe hardnekkig structuren als het leerstofjaarklassensysteem, vroege selectie, summatieve toetsing en een ver doorgevoerde opsplitsing van taken het leren van leerlingen én het werk van leraren beïnvloeden.
Jeroen Imants zijn punt is niet dat alles anders moet om het anders zijn. Wel dat duurzame verbetering alleen kans krijgt wanneer scholen ook hun organisatie durven herzien. Zolang leraren vooral individueel verantwoordelijk blijven voor losse klassen, vakken en resultaten, raken goede initiatieven versnipperd. Dan ontstaat er veel inzet, maar weinig bestendige verandering. Jeroen heeft een lezenswaardig boek geschreven over anders organiseren in het voortgezet onderwijs.
Opvallend in het gesprek is dat anders organiseren hier niet wordt neergezet als modieuze innovatie, maar als een poging om samenhang terug te brengen: tussen vakken en vaardigheden, tussen begeleiden en lesgeven, tussen feedback en leren, en tussen de verantwoordelijkheid van individuele leraren en het gezamenlijke werk van teams. Dat maakt het vraagstuk urgent. Want wie beter onderwijs wil, kan niet alleen naar didactiek kijken. Ook de structuur van de school bepaalt wat er mogelijk wordt en waar kansen liggen om duurzaam te verbeteren.
Kernpunten uit de podcast:
🔧 Duurzame onderwijsverbetering vraagt volgens Iemans om veranderingen in de structuur van de school, niet alleen om goede losse initiatieven. Zonder structurele aanpassing verwateren vernieuwingen snel.
🧩 Het voortgezet onderwijs is sterk georganiseerd rond fragmentatie: leerjaren, vakken, selectiemomenten, toetsen en begeleidingsrollen zijn vaak van elkaar gescheiden. Die versnippering belemmert betekenisvol leren.
📊 De huidige organisatie stimuleert veel summatieve toetsing, omdat scholen voortdurend moeten selecteren en normeren. Daardoor krijgt feedback vaak te laat en in een vorm die weinig helpt bij het leren.
🤝 Iemans pleit voor meer gezamenlijke verantwoordelijkheid van leraren, waarbij teams niet alleen onderwijs geven, maar ook samen het leren van leerlingen volgen en verbeteren. Dat vraagt om positieve wederzijdse afhankelijkheid én individuele aanspreekbaarheid.
🧭 Voor schoolleiders ligt er een strategische opdracht: verschillende beleidsterreinen met elkaar verbinden en langdurig sturen op samenhang. Anders organiseren is volgens hem een meerjarig proces dat sterk leiderschap vraagt.
Quotes uit het gesprek
“Veranderingen in de structuur zijn nodig om duurzame verbeteringen in het lesgeven en in het leren van de leerlingen mogelijk te maken.”
“Formatief handelen en evalueren overal waar het kan en alleen summatief beoordelen waar het moet.”
Tjipcast wordt mogelijk gemaakt door:
Wetenswaardig. Wil jij thematisch onderwijs realiseren, op basis van directe instructie, rijke teksten, en ook nog eens volledig kerndoel dekkend zijn? Wetenswaardig is een compleet uitgewerkte lesmethode voor leraren in het primair onderwijs. Nieuwsgierig? Kijk op Wetenswaardig voor meer informatie!
JSW. Hét vakblad voor leerkrachten en onderwijsprofessionals. JSW is praktijkgericht, duidelijk en toegankelijk! En wist je dat JSW ook een thematisch deel heeft? Met zes rijke edities per schooljaar én extra inspiratie via de website en nieuwsbrief blijf jij zo helemaal bij! Bijvoorbeeld nieuwsgierig naar basisvaardigheden, burgerschap, meertaligheid, sociaal emotionele ontwikkeling of actuele ontwikkelingen op het gebied van lezen?
Is thematisch onderwijs wel geschikt voor kinderen die minder schoolse kennis meekrijgen vanuit thuis of kennis van de Nederlandse taal missen? Hoog tijd om het hier uitgebreider te hebben! Ik spreek hierover met Daisy Mertens, leraar bij de taalschool in Panningen. Eerder leerkracht van het jaar in 2016 en Global Teacher Prize finalist in 2019. Daisy is ook raadslid van de onderwijsraad en primor kwaliteitsvol nieuwskomersonderwijs. En aan tafel zit Loes de Smet, leerkracht in groep 4 bij Het Open Venster in Rotterdam Zuid en lesauteur van Wetenswaardig.
Deze podast is opgenomen tijdens de Nationale Conferentie Thematisch Onderwijs in de Rijtuitgenloods in Amersfoort op 28 januari. Wist je dat er bijna 1.000 leerkrachten en onderwijsprofessionals bij elkaar kwamen om kennis uit te wisselen over thematisch onderwijs? Ook stonden we stil bij de lancering van Wetenswaardig, een compleet uitgewerkte lesmethode voor leraren in het primair onderwijs! Check Tjipcast voor meer afleveringen over thematisch onderwijs.
Het is maandag 16 maart en ik ben te gast bij het Velon congres 2026. Velon staat voor de vereniging van lerarenopleiders in Nederland. Velon staat voor de beroepsstandaard voor lerarenopleiders die wordt samengesteld met het beroepsveld. Het thema van op dit congres is eigenwijs en eigentijds opleiden. Centraal deze aflevering staan dan ook de lerarenopleidingen tot leraar basisonderwijs en hun uitdaging om binnen alle wettelijke en bestuurlijke kaders te komen tot een studeerbaar, samenhangend én evidence-informed curriculum. En dan liefst ook nog eigenwijs en eigentijds.
Het landelijk overleg van de lerarenopleidingen basisonderwijs (LOBO) heeft een poging ondernomen om de samenhang tussen alle verschillende kaders te ontdekken en daarmee ook een brug te slaan naar het advies Bekwaamheid beter borgen uitgebracht door de Onderwijsraad. Dit is geen gemakkelijke opdracht, want het raakt diverse complexe kwesties rondom onderwijskwaliteit, opleiden, maar ook de pluriformiteit van ons bestel en de diversiteit van opleidingsinstituten. Hoe gaan we hiermee om? Wat is noodzakelijk en haalbaar de komende jaren?
Ik ga over deze vragen in gesprek met mijn tafelgasten:
Karin van Weegen, voorzitter van het LOBO (Landelijk Overleg Lerarenopleiding Basisonderwijs). LOBO is de initiatiefnemer van deze dialoog.
Hein Broekkamp, senior raadsadviseur bij de Onderwijsraad. Hij heeft meegeschreven aan het advies Kwaliteit beter borgen.
En tussendoor doet het publiek mee door vragen te stellen en doen Annelies Opstraat (directeur toezicht middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs bij de Inspectie van het Onderwijs) en Sjoerd de Jong (senior beleidsmedewerker Ministerie van OC&W op gebied van de lerarenopleidingen) mee aan de dialoog.
Deze aflevering in samenwerking met het Landelijk Overleg Lerarenopleiding Basisonderwijs (LOBO).
Bekijk ons gesprek eens op YouTube!
Tijdstempels
00:05 – Introductie en welkom
02:50 – Zoektocht en aanleiding
04:30 – Evidence-informed curriculum voor alle opleidingen?
08:30 Samen met werkgevers en beroepsgroep optrekken
08:44 Perspectief van de Onderwijsraad
11:07 Verschillende zienswijzen en perspectieven
13:20 Startende leerkrachten moeten de basis leren
14:45 Diversiteit en verschil tussen opleidingen
16:14 Veel overleggen en rapporten schrijven, heeft dat zin?
19:30 Een landelijke toets?
21:50 Kaders toetsbaar maken
22:10 Welk perspectief hanteert de inspectie?
22:55 Bekwaamheidseisen waren te abstract
25:40 Vragen we niet teveel van starters?
28:07 Vraag uit de zaal
29:10 Kerndoelen en eindtermen zijn breder dan rekenen en taal
30:45 Pluriformiteit en het belang van verscheidenheid
33:10 Hoe maak je er een curriculum van?
34:25 Hoe nu verder?
36:00 Dilemma’s en spanningsvelden rondom gelijke kansen
Leren lezen begint niet pas op het moment dat een kind letters aan woorden koppelt. Daarvoor ligt een minder zichtbaar, maar beslissend fundament: het bewust worden van klanken, woorden, zinnen en de manier waarop gesproken taal is opgebouwd. Wie dat fundament zorgvuldig legt, vergroot de kans dat kinderen later vloeiend leren lezen en spellen — en voorkomt dat zij al vroeg achterstanden oplopen die nog jaren kunnen doorwerken.
Marita Eskes en Marcel Schmeier schreven hierover het boek Van fonemisch bewustzijn naar beginnend leren lezen en spellen. Daarin werken zij een systematische opbouw uit van activiteiten en lessen die jonge kinderen voorbereiden op het leren lezen. Hun uitgangspunt is dat deze basis niet vanzelf ontstaat en ook niet afhankelijk zou moeten zijn van toevallige gewoontes in de klas. Goede instructie in de vroege jaren kan een groot verschil maken.
Opvallend in hun aanpak is de nadruk op kleine, concrete didactische keuzes: veel vragen stellen, alle leerlingen activeren, woorden expliciet uitleggen en hardop laten herhalen en systematisch opbouwen van eenvoudig naar complex. Daarmee is goed onderwijs niet alleen een kwestie van inhoud, maar ook van vorm. Het gesprek laat zien hoe sterk vroege taal- en leesdidactiek samenhangt met kansengelijkheid, succeservaringen en het voorkomen van onnodige leesproblemen.
Kernpunten uit de podcast:
🔤 Fonologisch en fonemisch bewustzijn vormen de basis onder beginnend lezen en spellen. Kinderen moeten eerst begrijpen wat klanken, woorden, zinnen en letters zijn voordat complexere leesvaardigheden stevig kunnen ontstaan.
🧩 Goede instructie is systematisch opgebouwd. Door subdoelen bewust te ordenen en stapsgewijs aan te bieden, voorkom je dat kinderen moeten werken met kennis of vaardigheden die nog onvoldoende zijn verankerd.
🗣️ Directe instructie bij jonge kinderen is niet passief, maar juist interactief. De kracht zit in het voortdurend activeren van alle leerlingen, hardop laten verwoorden, denktijd geven en begrip steeds tussendoor controleren.
📚 Rijke taal en expliciete instructie versterken elkaar. Door woorden bewust aan te leren en kinderen die woorden ook zelf te laten gebruiken, groeit niet alleen hun leesbasis, maar ook hun mondelinge taalvaardigheid.
🛠️ Sterker onderwijs kan leesproblemen helpen voorkomen. Niet elk probleem is te vermijden, maar betere didactiek, heldere leerlijnen en tijdige monitoring kunnen wel degelijk het aantal kinderen met hardnekkige leesproblemen verminderen.
Quotes uit het gesprek
“Het fundament van goed leren lezen en spellen wordt gelegd in de kleutergroepen.”
“Het gaat niet alleen om de leerlingen te helpen, maar om de onderwijzers te onderwijzen.”
“Een leerling die goed kan lezen, die vindt het doorgaans ook leuker.”
Tjipcast wordt mogelijk gemaakt door:
Wetenswaardig. Wil jij thematisch onderwijs realiseren, op basis van directe instructie, rijke teksten, en ook nog eens volledig kerndoel dekkend zijn? Wetenswaardig is een compleet uitgewerkte lesmethode voor leraren in het primair onderwijs. Nieuwsgierig? Kijk op Wetenswaardig voor meer informatie!
JSW. Hét vakblad voor leerkrachten en onderwijsprofessionals. JSW is praktijkgericht, duidelijk en toegankelijk! En wist je dat JSW ook een thematisch deel heeft? Met zes rijke edities per schooljaar én extra inspiratie via de website en nieuwsbrief blijf jij zo helemaal bij! Bijvoorbeeld nieuwsgierig naar basisvaardigheden, burgerschap, meertaligheid, sociaal emotionele ontwikkeling of actuele ontwikkelingen op het gebied van lezen?
Burgerschap in het voortgezet speciaal onderwijs kan snel gaan over grote thema’s als democratie, vrijheid en gelijkheid, terwijl de praktijk juist vraagt om kleine, concrete situaties: reizen met het openbaar vervoer, feedback ontvangen op je stage of een gesprek beginnen met iemand die je niet kent. In dit gesprek staat die vertaalslag centraal. Annette van der Laan (SLO) en Remko Grandia (intern begeleider in het VSO) laten zien waarom “functionele kerndoelen” zo zijn ingericht: gericht op redzaamheid in wonen, werken en vrije tijd, met leren in alledaagse contexten. Burgerschap blijkt dan geen los vak, maar iets dat samenhang zoekt met taal en rekenen, precies omdat leerlingen verbanden moeten kunnen leggen om het in het echte leven toe te passen.
Tegelijk wordt in deze aflevering duidelijk dat scholen meestal al best veel doen, maar dat het helpt om activiteiten te ordenen: met een gezamenlijke visie als verbindende “satéprikker” en de kerndoelen als “kapstok”. Ook de rol van leerlingen komt terug: initiatieven via leerlingenraad, een werelddag, en projecten in de wijk maken burgerschap tastbaar. En hoe monitor je persoonlijke ontwikkeling en groei? Niet afvinken of toetsen alsof het feitenkennis is, maar eerder monitoren via observatie, reflectie en transfer naar nieuwe leersituaties.
Een aantal kernbevindingen:
🧩 Functionele kerndoelen richten zich op praktische redzaamheid: leren in alledaagse contexten, voorbereid op wonen, werken en vrije tijd.
🧠➡️🚶 Samenhang organiseren maakt burgerschap krachtiger: taal en rekenen sluiten aan op dezelfde praktijksituaties, zodat leerlingen verbanden kunnen leggen en toepassen.
🪝 Kapstok gebruiken helpt om te ordenen: veel scholen doen al veel, maar door activiteiten aan kerndoelen te koppelen zie je doublures én hiaten.
🌍 Sociale identiteit is voorwaardelijk in het VSO: ‘jezelf en de ander’ vraagt extra aandacht om een plek te vinden in een diverse samenleving.
👥 Groei monitoren vraagt reflectie: ontwikkeling zie je in observatie, gesprek en transfer naar nieuwe situaties, niet in een afvinktoets.
Quotes uit het gesprek:
“De kerndoelen zijn de kapstok en de jassen zijn de activiteiten die je in de klas doet. Nou is dus de uitdaging om de jassen aan de juiste haakjes te hangen.” (Annette van der Laan)
“Samenhang is belangrijk omdat leerlingen uiteindelijk moeten leren om verbanden te zien. Op het moment dat iets los is, dan vinden veel leerlingen het ingewikkeld om dingen aan elkaar te koppelen.” (Remco Grandia)
“Groei is in eerste instantie voor deze leerlingen ten opzichte van zichzelf. Dus ga alsjeblieft geen vragenlijst invullen.” (Annette van der Laan)
Deze podcast maak ik samen met het Expertisepunt Burgerschap. Vorig jaar maakte ik al een reeks van vijf speciale afleveringen over burgerschap in het onderwijs. Van aanleiding naar praktijk, van kennis naar handelen. Je kunt deze afleveringen terugvinden en je bent helemaal bij als het gaat om burgerschap! Meer weten? Kijk voor meer informatie op www.expertisepuntburgerschap.nl
Meer weten over de kerndoelen die ter sprake kwamen in deze aflevering? Kijk hier!
Bekijk ons gesprek eens op YouTube!
Tijdstempels
00:00 – Welkom en introductie 01:14 – Centrale vraag 01:30 – Kerndoelenboek VSO 02:12 – Functioneel leren 04:10 – Lijn en samenhang 06:59 – Rol van kennis 08:57 – Drie domeinen 10:17 – Jaarindeling school 12:22 – Gastsprekers praktijk 13:15 – Leerlingenraad inspraak 15:19 – Team visie 21:53 – Werkgroep aanpak 24:05 – Leerling input 27:45 – Wijk project 30:32 – Kennis ervaring 32:53 – Groei monitoren 38:19 – Adviezen en slot
Religie en levensbeschouwing zijn niet verdwenen uit de samenleving, maar van vorm veranderd. Juist daardoor wordt de vraag urgenter hoe scholen jongeren helpen om betekenis te geven aan wat ze meemaken, tegenkomen en onderzoeken. Waar vroeger kerk, zuil of schoolidentiteit vaak vanzelf een kader boden, groeit nu een werkelijkheid waarin tradities naast elkaar bestaan, vervloeien of juist op afstand zijn komen te staan.
Dat vraagt om een andere benadering van onderwijs. Niet alleen kennis van religieuze tradities blijft van belang, maar ook het vermogen om religieuze, morele en existentiële vragen in de wereld te herkennen. De centrale gedachte in dit gesprek is dat levensbeschouwelijk onderwijs niet (alleen) moet blijven steken in abstracte “zinvragen”, maar concreet, onderzoekend en wereldgericht moet zijn. Bij objecten, verhalen, rituelen, gemeenschappen en ervaringen kunnen leerlingen leren zien wat anders onzichtbaar blijft.
Tegelijk klinkt er een pleidooi voor vakmatige scherpte. Levensbeschouwing is geen restcategorie voor vrije meningsvorming, maar een kennisgebied met eigen perspectieven, taal en didactiek. In een ontzuilende en diverse samenleving ontstaat zo niet minder, maar juist meer reden om dit vak opnieuw te doordenken: als plek waar kennis, oriëntatie en gesprek samenkomen.
Over deze thematiek spreek ik met:
Markus Davidsen, universitair docent godsdienstsociologie aan het Leids Centrum for Religiewetenschap aan de Universiteit Leiden en projectleider curriculumwerk van LERVO (Expertisecentrum Levensbeschouwing en Religie in het Voortgezet Onderwijs).
Kevin Reuter, docent op een middelbare school in Helmond en bestuurslid van de VDLG.
Gijs van Gaans, docentopleider en vakdidacticus verbonden aan ICLON in Leiden en de ILO in Amsterdam, daarnaast docent geschiedenis aan de Fontys Hogeschool in Tilburg. Ook is hij lid van de curriculumwerkgroep van LERVO.
Een aantal kernbevindingen:
✦ Ontzuiling betekent niet dat religie verdwijnt, maar dat betrokkenheid diffuser, diverser en minder vanzelfsprekend wordt. Daardoor moeten scholen nieuwe manieren vinden om religie en zingeving zichtbaar en bespreekbaar te maken.
✦ De sprekers pleiten voor levensbeschouwelijk onderwijs dat niet alleen draait om persoonlijke meningen, maar ook om krachtige, disciplinaire kennis. Leerlingen moeten leren kijken met begrippen en perspectieven die thuis vaak niet vanzelf worden aangereikt.
✦ Abstracte modellen rond “zinvragen” blijken voor veel leerlingen te ver weg. Concreet werken met objecten, praktijken, verhalen en onderzoek sluit beter aan bij hun nieuwsgierigheid en ervaring.
✦ De perspectiefgerichte benadering biedt een gemeenschappelijke taal voor curriculumontwikkeling. Daarmee proberen de betrokkenen verschillende visies binnen het vak te verbinden zonder de eigenheid van het vak te verliezen.
✦ Levensbeschouwelijk onderwijs raakt aan actuele thema’s als polarisatie, prestatiedruk, identiteit en verbondenheid. Het vak kan leerlingen helpen om niet alleen zichzelf, maar ook de wereld en hun verhouding daartoe beter te verstaan.
In het onderwijs gaat het vaak over welzijn, motivatie, gelijke kansen en persoonlijke ontwikkeling. Allemaal belangrijke thema’s. Maar wat gebeurt er als we daarbij uit het oog verliezen dat leren zelf óók een vorm van emancipatie is? Dat goed leren lezen, rekenen en denken niet alleen schoolse prestaties beïnvloedt, maar ook samenhangt met mentaal welzijn, maatschappelijke participatie en sociale mobiliteit?
In dit gesprek staat precies die vraag centraal. Hoogleraar Wouter Duyck betoogt dat het onderwijs de afgelopen decennia te vaak is meegegaan in romantische ideeën over zelfontdekkend leren, vaardigheden los van kennis en een bijna vanzelfsprekend wantrouwen tegenover begrippen als intelligentie en ambitie. Daar zet hij een ander perspectief tegenover: cognitieve ontwikkeling is geen bijzaak, maar de kern van wat onderwijs uiteindelijk is. Over deze redenering schreef hij een zeer lezenswaardig boek: Mijn kind, slim kind. Waarom lezen en tellen de wereld zullen redden. Over dit boek ging ik met hem in gesprek. Collega Erik Meester schoof ook aan als co-host!
In dit boek onderbouwt Wouter een ongemakkelijke, maar zeer urgente gedachte. Misschien is de daling in lees- en rekenprestaties niet alleen een probleem voor de schoolresultaten, maar ook voor welzijn, kansengelijkheid en de kwaliteit van de samenleving als geheel. Wie lezen en rekenen relativeert, relativeert daarmee uiteindelijk ook de voorwaarden waaronder kinderen zelfstandig, veerkrachtig en vrij kunnen worden. Zijn we ongemerkt beland in een cultuur van lage verwachtingen?
Kernpunten uit de podcast:
📚 Lezen en rekenen is een fundament Volgens Wouter Duyck zijn lezen en rekenen geen beperkte schoolvaardigheden, maar de basis voor verdere ontwikkeling, maatschappelijke deelname en sociale mobiliteit.
🧠 Leren en welzijn horen bij elkaar Welzijn is niet alleen een voorwaarde om te leren; leren kan juist ook bijdragen aan zelfvertrouwen, grip, veerkracht en mentaal welzijn.
🎯 Intellectuele ambitie doet ertoe Een cultuur van “goed genoeg” beperkt vooral leerlingen die juist veel baat hebben bij hoge verwachtingen en stevige cognitieve uitdaging.
👩🏫 Didactiek maakt het verschil De kwaliteit van de leraar en de gekozen aanpak zijn cruciaal. Directe instructie, herhaling, oefening en feedback sluiten volgens Duyck beter aan bij hoe leren werkt.
⚖️ Gelijke kansen vragen om sterke kennisbasis Kansengelijkheid ontstaat niet door cognitieve eisen te verlagen, maar door meer leerlingen toegang te geven tot krachtige kennis en goed onderwijs.
Quotes uit het gesprek
“We zijn een beetje vergeten dat slim zijn een motor is van ontwikkeling, ook van sociale ontwikkeling.”
“Leren en mentaal welzijn zijn helemaal geen tegengestelden. In tegendeel: goed kunnen denken is ook goed kunnen voelen.”
“Als je gelijke kansen wil, moet je niet het gymnasium afschaffen. Je moet ervoor zorgen dat Mohammed in het gymnasium geraakt.”
Tjipcast wordt mogelijk gemaakt door:
Wetenswaardig. Wil jij thematisch onderwijs realiseren, op basis van directe instructie, rijke teksten, en ook nog eens volledig kerndoel dekkend zijn? Wetenswaardig is een compleet uitgewerkte lesmethode voor leraren in het primair onderwijs. Nieuwsgierig? Kijk op Wetenswaardig voor meer informatie!
JSW. Hét vakblad voor leerkrachten en onderwijsprofessionals. JSW is praktijkgericht, duidelijk en toegankelijk! En wist je dat JSW ook een thematisch deel heeft? Met zes rijke edities per schooljaar én extra inspiratie via de website en nieuwsbrief blijf jij zo helemaal bij! Bijvoorbeeld nieuwsgierig naar basisvaardigheden, burgerschap, meertaligheid, sociaal emotionele ontwikkeling of actuele ontwikkelingen op het gebied van lezen?
Dit is de zevende aflevering in de podcastreeks over werken in het onderwijs, gemaakt op uitnodiging van het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs (voorheen het NRO) en de programmacommissie Werken in het onderwijs.
In deze aflevering ga ik in gesprek met Sietske Waslander en Anko van Hoepen. Sietske is hoogleraar sociologie en verbonden aan TIAS School for Business and Society. Ze doet onderzoek naar sturingsprocessen in het onderwijs op stelsel-, organisatie- en regionaal niveau. Anko van Hoepen is bestuursvoorzitter van SPO Utrecht, een bestuur van meer dan 35 openbare scholen in de stad Utrecht.
We gaan in gesprek over de vraag: wat mogen we (en wat kunnen we) verwachten van regionale sturingsnetwerken in het onderwijs? We doen dit door het onderzoeksproject Sturen met ruimte: regionaal bestuur in het onderwijs te bespreken en specifiek de publicatie De regio als bestuurlijk schaalniveau. Deze publicatie is gebaseerd op een empirische studie naar 30 regionale sturingsnetwerken. Ze verkennen wat deze netwerken opleveren, wanneer ze goed werken, en wat er nodig is om van overleg naar impact te komen.
Onderwerpen die aan bod komen:
🧩 Wat is een regionaal sturingsnetwerk en wat bedoelen we eigenlijk met ‘regio’?
🧭 … waarom gedeeltelijke overlap van netwerken veelal lastigs werkt in de praktijk
🤝 Bestuurlijk vermogen: het belang van onderling vertrouwen, informatie delen, gedeelde betekenisgeving én ruimte voor discussie
☕ De sleutelrol van netwerkcoördinatoren (en waarom “belletjes en kopjes koffie” ertoe doen in de dagelijkse praktijk)
🏙️ Praktijkvoorbeelden uit Zeeland en Utrecht, inclusief ‘dakpanvergaderingen’ en stadstafels
🔎 Hoe kan je als bestuurder netwerkafspraken vertalen naar wat er gebeurt in de school en in de klas?
Belangrijkste linkjes en bronnen van de aflevering:
Alle afleveringen van de podcastreeks komen uiteindelijk op deze pagina van het NKO te staan: Werken in het onderwijs.
Meer weten over de podcastreeks?
Deze serie wordt gemaakt op uitnodiging van het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs (NKO) en de programmacommissie Werken in het onderwijs. In elke aflevering gaat Tjip de Jong met een onderzoeker en een onderwijsprofessional in gesprek over wetenschappelijk onderzoek, en wat dit betekent voor het werk in de onderwijspraktijk. Het doel is om de dialoog tussen praktijk en wetenschap te versterken door perspectieven en ervaringen te delen. Wil je alle afleveringen raadplegen? Kijk hier! Werken in het onderwijs.
Lezen begint niet bij het herkennen van letters, maar door met aandacht betekenisvolle verhalen te delen aan jonge kinderen. En dit start al vanaf enkele maanden oud! De kern van ontluikende geletterdheid is daarmee veel rijker dan het huidige onderwijsdebat over lezen ons laat zien. Vanuit deze gedachte ontvouwt Wilna Meijer een ander beeld van “leren lezen” dan het gangbare schema van klankbewustzijn, letterkennis en bijvoorbeeld vroege toetsing. Ze beschrijft hoe kinderen al heel jong, nog vóór ze geschreven letters naar klanken kunnen decoderen, zich als lezers kunnen gedragen. Kinderen herkennen verhaallijnen, “lezen” prentenboeken mee en ontwikkelen zo een liefde voor lezen. Hoe kunnen we ontluikende geletterdheid sterker cultiveren in ons huidige onderwijs?
Lezen is meer dan de optelsom van deelvaardigheden, maar een complex en verweven netwerk van taal, kennis, interpretatie, gesprek en ervaring. Juist omdat lezen zo verbonden is met betekenis en wereldkennis, wordt volgens haar de kleuterfase kwetsbaar wanneer die vooral wordt ingericht als voorbereiding op technische instructie en (impliciete) toetspraktijken. Hoe dit anders kan zet ze in deze podcast specifiek uiteen. Haar boek Wat jonge kinderen echte lezers maakt gaat over ontluikende geletterdheid en is het eerste deel van een onderzoeksproject naar ‘de levenstijdperken’ van de lezer.
Kernpunten uit de podcast:
📌 Ontluikende geletterdheid draait om samen boeken lezen, gezamenlijke aandacht en groeiend verhaalbegrip, niet om vroege letter-klanktraining. 🧩 Deelvaardigheden stapelen (klanken, letters, strategieën) suggereert ten onrechte dat lezen een optelsom is, terwijl lezen juist een samenhangend, interactief proces is. 👀 Toetsen bij kleuters kan een verkeerd startpunt zijn: klanken isoleren uit woorden is voor veel jonge kinderen conceptueel moeilijk en weinig betekenisvol. 🗣️ Rijke dialogen over teksten (goed luisteren, doorvragen, terug naar de tekst) bouwen begrip, interpretatie en betrokkenheid en kunnen toetsen vaak vervangen. 📚 Veel lezen als motor: vloeiend lezen en leesnetwerken ontstaan vooral door leeskilometers en inhoudelijke rijkdom, óók in zaakvakken en non-fictie.
Tjipcast wordt mogelijk gemaakt door:
Wetenswaardig. Wil jij thematisch onderwijs realiseren, op basis van directe instructie, rijke teksten, en ook nog eens volledig kerndoel dekkend zijn? Wetenswaardig is een compleet uitgewerkte lesmethode voor leraren in het primair onderwijs. Nieuwsgierig? Kijk op Wetenswaardig voor meer informatie!
JSW. Hét vakblad voor leerkrachten en onderwijsprofessionals. JSW is praktijkgericht, duidelijk en toegankelijk! En wist je dat JSW ook een thematisch deel heeft? Met zes rijke edities per schooljaar én extra inspiratie via de website en nieuwsbrief blijf jij zo helemaal bij! Bijvoorbeeld nieuwsgierig naar basisvaardigheden, burgerschap, meertaligheid, sociaal emotionele ontwikkeling of actuele ontwikkelingen op het gebied van lezen?