VO

Hoe ontwikkel je een levend taalbeleid?

Op het Vlietland College zagen collega’s dat leerlingen niet altijd meer vanzelfsprekend plezier hadden in het lezen van literatuur. Ook bij andere vakken dan Nederlands, Engels of Frans lagen kansen om taal bewuster te verbinden aan het leren: bij het lezen van opdrachten, het begrijpen van vaktaal en het zorgvuldig formuleren van antwoorden. Daarom begon de school kleinschalig, met taal als onderdeel van alledaagse activiteiten in de les.

In dit gesprek laten Tommy Hopstaken en Joran Pereira zien hoe taalbeleid kan uitgroeien tot een gedeelde schoolcultuur. Niet door grote plannen op te leggen, maar door klein te beginnen: vijf minuten lezen aan het begin van elke les, een positieve taalbonus op toetsen, een taalkaart als hulpmiddel en een mediatheek die leerlingen helpt om boeken te vinden die bij hen passen.

Opvallend is hoe zorgvuldig de school werkt met gegevens uit de eigen praktijk. Via een jaarlijkse taalscan worden leerlingen, collega’s, ouders en schoolleiding betrokken. Zo ontstaat beleid dat niet alleen evidence-informed is, maar ook past bij de context van de school. Taal wordt hier niet gezien als een apart vakgebied, maar als voertuig voor leren, denken en formuleren in alle vakken.

Kernpunten uit het gesprek

📚 Taalbeleid leeft pas als het zichtbaar wordt in routines, ruimtes en gesprekken binnen de school. Op het Vlietland College gebeurt dat via lezen in alle lessen, posters, toetsafspraken en speelt de mediatheek een belangrijke centrale rol.

🧩 Kleine interventies kunnen veel draagvlak creëren. Zo werkt de taalbonus vooral omdat die positief, haalbaar en beperkt is: één ‘geheime’ toetsvraag wordt ook expliciet op taal bekeken.

🔍 De jaarlijkse taalscan maakt taalbeleid concreet en cyclisch. Door op één dag gegevens te verzamelen bij leerlingen, ouders, collega’s en schoolleiding ontstaat een breed beeld van taalniveau, leesmotivatie, taalplezier en taalcultuur.

🧑‍🏫 Een sterk taalteam bestaat niet alleen uit docenten Nederlands. Juist de combinatie met wiskunde, andere vakken, de mediathecaris en schoolleiding maakt het beleid schoolbreed en praktisch uitvoerbaar.

🌱 Evidence-informed werken betekent hier niet dat alles vooraf perfect bewezen moet zijn. Wetenschappelijke literatuur, professionele ervaring en kennis van de eigen schoolcontext worden naast elkaar gebruikt.

Quotes uit het gesprek:

“Levend taalbeleid betekent volgens mij dat je met zijn allen een taalcultuur op school creëert waarbij het vanzelfsprekend is dat taal belangrijk is.”

“We kwamen er al gauw achter: volgens mij moet je het juist positief maken en een bonus geven als het wel goed gaat.”

“Je kan dat plan wel kopiëren, maar dan kopieer je niet de kennis.”

Deze aflevering maakt deel uit van een bijzondere podcastserie, ontwikkeld in samenwerking met Ontwikkelkracht. Ontwikkelkracht is een landelijk programma dat scholen ondersteunt bij duurzame onderwijsontwikkeling, door wetenschap en praktijk met elkaar te verbinden en leren over de grenzen van scholen heen te stimuleren. In deze serie gaan we in gesprek met expertisescholen en betrokken professionals over thema’s als curriculumontwikkeling, krachtig onderwijskundig leiderschap en effectieve teamsamenwerking. We verkennen wat werkt, waarom het werkt en wat andere scholen hiervan kunnen leren. Wil je laagdremoelig meedoen of meer informatie over de expertiescholen? Check dan hier de link!

Bekijk ons gesprek eens op YouTube!

Tijdstempels

00:23 – Introductie en ontwikkelkracht
01:07 – Levend taalbeleid
02:49 – Wiskunde en taal
03:57 – Eerste aanleiding
05:42 – Vijf minuten
07:59 – Taalcultuur bouwen
09:40 – Taalbonus toetsen
12:25 – Taal zit in ons DNA
13:42 – Taalscan dag
16:13 – Mediatheek veranderen
18:10 – Slim taalteam
19:35 – Onderzoek gebruiken
22:58 – Taalkaart toetsen
24:43 – Veelgemaakte fouten?
28:49 – Expertise delen

Hoe werk je samen aan de ontwikkeling van een betekenisvol schoolexamen?

Een betekenisvol schoolexamen krijgt vorm wanneer scholen hun visie, vakmanschap en vertrouwen in leerlingen met elkaar verbinden. Wat wil je dat leerlingen laten zien? Welke toetsvorm past daarbij? En hoe kan het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) ruimte bieden voor eigenaarschap, samenhang en verdieping? Dit is de derde aflevering in een drieluik over het waardevol schoolexamen, gemaakt in samenwerking met de VO-raad en het programma Voortgezet Leren. Centraal staat de vraag hoe je samen werkt aan een schoolexamen dat niet alleen zorgvuldig en betrouwbaar is, maar ook herkenbaar aansluit bij de identiteit van de school en de ontwikkeling van leerlingen.

Te gast zijn Maaike Ditzel, docent Nederlands op Dalton Den Haag, mentor van 6V, schoolopleider en voorzitter van de examencommissie, en Sjabbo Smedes, teamleider van de mavo aan het Bonhoeffer College in Enschede.

Aan de hand van voorbeelden zoals leeskringen, mondelinge examens, flexibele toetsvormen en een profielwerkstuk in de vorm van een dichtbundel laten zij zien hoe toetsing meer betekenis kan krijgen. Maaike vertelt over een oud-leerling die haar eigen poëzie wilde uitgeven en daarbij onderzoek deed naar puberpoëzie, vormgeving, papierkeuze en publicatie. Zo werd het profielwerkstuk niet alleen een verplicht eindproduct, maar een persoonlijk en inhoudelijk leerproces waarin ruimte ontstond om vakinhoud, eigenaarschap en creativiteit met elkaar te verbinden. De examencommissie speelt daarin een belangrijke rol: als bewaker van kwaliteit, maar ook als gesprekspartner die helpt om ruimte binnen de kaders goed te benutten.

Kernpunten uit het gesprek:

🔍 Het PTA biedt meer ruimte dan vaak gedacht. Scholen kunnen binnen de kaders zelf bepalen welke toetsvormen passen bij hun visie, vakdoelen en leerlingen.
🧩 Een betekenisvol schoolexamen vraagt om samenhang. Toetsing kan verbinding leggen met vaardigheden, burgerschap en schoolidentiteit.
🗣️ Andere toetsvormen kunnen ook leermomenten zijn. Een mondeling, leeskring of presentatie maakt directe feedback mogelijk en geeft leerlingen de kans om tijdens het toetsen nog te leren.
⚖️ Flexibiliteit vraagt om zorgvuldige beoordeling. Variatie in toetsvormen is mogelijk, maar vraagt steeds de vraag of leerlingen op een eerlijke en vergelijkbare manier worden beoordeeld.
🌱 Verandering lukt beter in kleine stappen. Door initiatieven te delen, secties te ondersteunen en de examencommissie als sparringpartner te gebruiken, kan vernieuwing langzaam verankeren.
ter een logische afsluiting wordt.

Quotes uit het gesprek:

“Je ziet die hele vernieuwing die eraan zit te komen, niet meer als een soort donderwolk op je afkomen. Je moet het echt als een kans zien.”

“Leerlingen kunnen echt veel meer dan je denkt.”

“Het PTA is van jou, is niet van de inspectie. Als je hem eenmaal hebt opgesteld, dan gaat de inspectie controleren of je ook daarnaar handelt.”

Deze aflevering maak ik in samenwerking met de VO-raad en het programma voortgezet leren. De VO-raad behartigt de belangen van het voortgezet onderwijs bij politiek, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Daarnaast bevordert de VO-raad de kwaliteit van het onderwijs in Nederland door schoolbestuurders en schoolleiders te faciliteren bij hun vervullen van hun taak. Samen maken we drie afleveringen over een waardevol schoolexamen. We gaan op zoek naar de bouwstenen hoe een schoolexamen beter kan aansluiten bij de visie van school en hoe je meer kleur in het schoolexamen kunt krijgen. Dit is de laatste aflevering van een drieluik.

Tijdstempels

00:00 – Waardevol schoolexamen
01:35 – Kleine stappen
03:09 – Puberpoëzie maken
05:09 – Oude toetsing
06:32 – Voorspelbaarheid bieden
08:14 – Examencommissie zoeken
09:50 – Nieuwe eindtermen
11:19 – Kritisch toetsen
12:16 – Mondeling geschiedenis
13:45 – Leeskringen organiseren
17:23 – PTA ruimte
19:18 – Daltonwaarden vertalen
21:18 – Duurzaam veranderen
26:52 – Eerlijk beoordelen
34:37 – Vak heruitvinden

Bekijk ons gesprek eens op YouTube!

(Waar) zit er ruimte in toetsing en examinering?

Toetsing voelt op veel scholen als iets dat “vastligt”: Het programma van toetsing en afsluiting (PTA) staat vaak overvol, het centraal eindexamen hangt als schaduw boven de bovenbouw en zekerheid wordt vaak gelijkgesteld aan het geven van cijfers. Tegelijk zit er juist in het schoolexamen opvallend veel ruimte. Ruimte om beter aan te sluiten bij de schoolvisie en bij wat leerlingen nodig hebben om op een zinvolle manier te reflecteren op hun leerproces en kennisbasis. Maar in hoeverre zijn docenten zich hiervan bewust? En waar zit de ruimte?

Ik spreek hierover met Tes Schmeink, beleidsadviseur en projectleider bij de vo-raad. Tes houdt zich bezig met toetsen en examineren in het VO. En aan tafel Jasja Mulder, Agora coach bij het KWC in Culemborg. Het KWC is een school voor praktijkonderwijs, vmbo, havo, atheneum, gymnasium en KWC-agora. In dit gesprek komt scherp naar voren hoe bovengenoemde ruimte vaak ongemerkt verdwijnt: door angst voor discrepanties tussen schoolexamen en centraal eindexamen, door oude routines, of simpelweg doordat PTA’s in de loop der jaren steeds voller zijn geraakt. Maar er zijn ook concrete routes terug naar eenvoud: door kritisch te kijken naar wat echt moet, dubbelingen te schrappen en toetsvormen kiezen die passen bij het doel, niet bij de gewoonte.

Een belangrijk idee is dat “toetsing” niet hetzelfde hoeft te zijn als een schriftelijke toets. In het schoolexamen kun je ook werken met bewijslast, feedbackrondes, portfolio’s of praktijkopdrachten. Zolang je maar helder houdt wat je wilt zien en waarom. En misschien wel het spannendste: als je onderwijs meer wilt laten draaien om ontwikkeling, nieuwsgierigheid en eigenaarschap, dan moet je toetsing dat niet dichttimmeren, maar juist mogelijk maken.

Kernpunten uit het gesprek:

🧭 Van visie naar praktijk: een onderwijsvisie vertaalt zich idealiter naar een toetsvisie, toetsbeleid én gedrag in de school. Dat laatste is het moeilijkst.

🧱 PTA’s raken snel “overladen”: veel scholen stoppen meer onderdelen in het PTA dan nodig is, vaak uit zekerheid of controle.

📉 Discrepantie-angst werkt door in de praktijk: het oude focuspunt op verschil tussen SE- en CE-cijfers stuurt scholen richting “oefenen op het centraal examen” in het schoolexamen.

🧩 Toetsing kan rijker dan een schriftelijke toets: portfolio’s, feedbackcycli, praktische opdrachten en bewijslast kunnen formeel onderdeel zijn van het scholexamen.

👤 Iedereen ongelijk behandelen: bij Agora blijft de lat staan, maar de route en toetsvorm kunnen per leerling verschillen.

Quotes uit het gesprek

“Wij gaan ervanuit dat iedere leerling anders is en heeft dus ook iets anders nodig.”

“De PTA’s zijn zo smal mogelijk, maar de manier waarop het getoetst kan worden is zo breed mogelijk.”

“Ik hoop van de vakcoaches dat ze eerst verliefd zijn op die leerling en daarna op hun vak.”

Deze aflevering maak ik in samenwerking met de VO-raad en het programma voortgezet leren. De VO-raad behartigt de belangen van het voortgezet onderwijs bij politiek, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Daarnaast bevordert de VO-raad de kwaliteit van het onderwijs in Nederland door schoolbestuurders en schoolleiders te faciliteren bij hun vervullen van hun taak. Samen maken we drie afleveringen over een waardevol schoolexamen. We gaan op zoek naar de bouwstenen hoe een schoolexamen beter kan aansluiten bij de visie van school en hoe je meer kleur in het schoolexamen kunt krijgen.

Tijdstempels

00:05 – Introductie en welkom
00:58 – Gasten
01:39 – Ruimte maken
02:53 – Voorbeelden uit de praktijk
04:34 – Visie
05:10 – Begrippen
06:34 – Weging
08:15 – Overladenheid
09:11 – Discrepantie
10:24 – Toetsvormen
12:25 – Ongelijkheid
14:51 – Kwalificeren
17:25 – Integraliteit
28:20 – Gespreksvoering
34:28 – Mondeling examen en slot

Bekijk ons gesprek eens op YouTube!

Hoe werk je vanuit visie aan het ontwikkelen van het schoolexamen?

Een schoolexamen is geen mini-versie van het centraal eindexamen, maar een toetsmoment waar je als school meer keuzes kunt maken dan we vaak denken: wat toets je, hoe toets je en vooral: waarom past dat deze vorm van toetsing bij de onderwijsvisie van de school? In deze aflevering wordt duidelijk hoeveel ruimte er in het schoolexamen eigenlijk zit, mits je het curriculum goed doorgrondt en als team een gezamenlijke taal en werkwijze ontwikkelt.

Ik ga hierover in gesprek met Heike Conrad, docent biologie, natuur leven en technologie, mentor en coach van docenten bij de vrije school Parkstad in Heerlen. Heike houdt zich met name bezig met onderwijsontwikkeling. En Linda Spierings, adjunct-directeur bij Marcanti college in Amsterdam. Linda is kartrekker onderwijsontwikkeling binnen Marcanti college.

Deze twee scholen laten zien hoe je vanuit visie aan het schoolexamen kan werken. Door projectmatig en vakoverstijgend te werken. Zo kan één project kan meetellen voor meerdere vakken, met beoordeling vanuit verschillende perspectieven. In Amsterdam kiezen ze voor leren zonder cijfers, met rubrics, portfolio’s en formatief evalueren als basis. In beide gevallen verschuift toetsen van “afrekenen” naar “richting geven”: leerlingen krijgen vooral feedback, leren reflecteren op leerdoelen en bouwen stap voor stap aan zelfregulatie.

Opvallend is dat het schoolexamen hier niet begint in het examenjaar, maar eigenlijk al in de brugklas. Met taal die leerlingen begrijpen, met duidelijke leerdoelen en met verwachtingen die hoog blijven zonder te vervallen in cijferdruk. Het resultaat is een examenpraktijk die meer zegt over groei, eigenaarschap en voorbereiding op vervolgonderwijs, zonder de wettelijke eindtermen uit het oog te verliezen.

Kernpunten uit het gesprek:

🔹 Het schoolexamen biedt meer ontwerpvrijheid dan veel scholen denken, maar vraagt stevige curriculumkennis en gezamenlijke keuzes in het PTA (programma van toetsing en afsluiting).
🧩 Projectmatig en vakoverstijgend werken kan het schoolexamen “kleur” geven: één project kan voor meerdere vakken meetellen, mits beoordeling per vak helder blijft.
📝 Alleen feedback werkt beter dan feedback mét cijfers: cijfers kunnen het leerproces en de werking van feedback ondermijnen.
🎯 Formatief evalueren vraagt professionalisering én randvoorwaarden (tijd, kleine groepen, gedeelde rubrics, collegiale lesbezoeken).
🧭 Begin in de brugklas: bouw taal, rubrics en zelfregulatie leeftijdsfase-gewijs op, zodat het schoolexamen later een logische afsluiting wordt.

Deze aflevering maak ik in samenwerking met de VO-raad en het programma voortgezet leren. De VO-raad behartigt de belangen van het voortgezet onderwijs bij politiek, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Daarnaast bevordert de VO-raad de kwaliteit van het onderwijs in Nederland door schoolbestuurders en schoolleiders te faciliteren bij hun vervullen van hun taak. Samen maken we drie afleveringen over een waardevol schoolexamen. We gaan op zoek naar de bouwstenen hoe een schoolexamen beter kan aansluiten bij de visie van school en hoe je meer kleur in het schoolexamen kunt krijgen.

Meer lezen?

De gritfactor

Carol Dweck

Is het voor een cijfer?

De meetmaatschappij

Switchen en klimmen

Tijdstempels

00:05 – Intro
01:19 – Ruimte
02:20 – PTA
03:40 – Motivatie
04:28 – Feedback
05:53 – Projecten
06:50 – Cijfers
09:47 – Toetsvormen
11:26 – Loslaten
12:08 – Formatief
13:49 – Verwachtingen
15:27 – Zelfregulatie
17:28 – Taal
22:41 – Organisatie
24:17 – Backwards
26:50 – Docenten
28:09 – Kleuren
30:36 – Kansgelijkheid

Bekijk ons gesprek eens op YouTube!

Hoe geeft het stedelijk college Eindhoven handen en voeten aan toekomstbestendig onderwijs? LIVE podcast!

Het is maandag 5 januari en ik ben te gast bij de jaarstart van het Stedelijk College Eindhoven. Leerlingen volgen op deze locatie de theoretische, kader- of basisberoepsgerichte leerweg. Naast deze leerwegen wordt er ook onderwijs verzorgd voor de EOA, Eerste Opvang voor Anderstaligen. Door de grote instroom de laatste jaren bevinden deze afdelingen zich niet meer onder een dak. De EOA-afdeling bevindt zich op twee buitenlocaties elders in Eindhoven onder de naam Global College. De docenten en onderwijsprofessionals zijn aan de slag met het toekomstbestendig maken van het onderwijs. Maar wat is dat eigenlijk? En welk proces geef je met elkaar vorm om hierover na te denken en stappen te zetten? Hierover ga ik in gesprek met mijn tafelgasten en tussendoor doen collega’s mee door vragen te stellen en te reageren op het gesprek.

Ik zit aan tafel met:

Mathijs Rosielle, docent bewegen en sport, docent pedagogiek en didactiek

Vicky Vinders, docent NT2 op het Global College en docent pedagogiek en didactiek

Rosalie van den Hengel, docent pedagogiek en didactiek, docent profiel natuur-scheikunde en biologie

Toekomstbestendig onderwijs klinkt vaak als iets groots en abstracts, maar het wordt pas echt concreet als je het terugbrengt naar één vraag: wie zijn onze leerlingen, en waar bereiden we ze op voor? Op het Stedelijk College Eindhoven proberen ze precies dat te doen, met een opvallend nuchtere houding: niet eerst het rooster aanpassen of een nieuw concept uitrollen, maar samen scherp krijgen wat er nú nodig is en wat straks.

Opvallend is dat ze dit proces bewust neerzetten als een expeditie. Er is al wel richting (denk aan autonomie, formatief handelen, diversiteit, taal en burgerschap), maar de route ligt nog niet vast. Dat is geen vaagheid om vaagheid: het is een manier om eerst gezamenlijk taal te geven aan wat je belangrijk vindt, en pas daarna besluiten wat er daadwerkelijk anders moet.

In het gesprek gaat het over de leerling echt zien, over relatie als basis voor kennisoverdracht, en over de spanning tussen motivatie en discipline. Ook komt de vraag op tafel hoe je leerlingen meer eigenaarschap geeft, zodat de overgang naar mbo minder hard aankomt.

Kernpunten uit het gesprek:

🧭 De school kiest bewust voor een zoekende aanpak: wel richting, nog geen vast recept of quick fix. Dat helpt om eerst de bedoeling scherp te krijgen vóórdat middelen (zoals rooster of structuur) centraal komen te staan.

🎯 Relatie en veiligheid worden gezien als voorwaarden om kennis effectief over te dragen. De leerling centraal zetten is daarmee geen “zacht” ideaal, maar een praktische voorwaarde voor leren.

🧱 Het fundament wordt langs drie lijnen opgebouwd: landelijke doelen, succes in vervolgonderwijs (vaak mbo) en wat de school zelf als identiteit en ambitie wil meegeven.

🌍 Meertaligheid krijgt een duidelijke plek: de thuistaal wordt niet weggeduwd, maar juist benut als steun voor het leren van het Nederlands.

🧑‍💼 Eigenaarschap blijft een spanning: docenten willen af van “aan het handje meenemen”, maar zien ook hoe lastig dat is met pubers en met verschillende startposities.

De podcast is opgebouwd langs een aantal verandermanagement basisvragen. Dit boek gaat hier dieper op in. Het zijn vijf ‘simpele’ vragen die bij de start van een verandering handig zijn om te verkennen:

  • Waarom veranderen -> Aanleiding in het nu, urgentie, verlangen, context en mogelijk een veranderende omgeving of opdracht?
  • Waartoe veranderen -> Doel, koers en richting, toekomst, wat kan of wat moet worden bereikt?
  • Wat veranderen -> Welke wijzigingen zijn nodig in de school? Wat moet er gebeuren?
  • Hoe veranderen -> Welke aanpak is kansrijk, welk proces geven we vorm? Traject naar de toekomst en welke tijd hebben we hiervoor?
  • Wie veranderen -> Wie is betrokken, hoe zit het met ieders persoonlijke beleving, wie speelt welke rol? Wie mogelijk ook niet?

Tijdstempels

00:00 – Intro oproep
00:38 – School context
01:13 – Centrale vraag
02:14 – Directie opdracht
02:52 – Urgentie beeld
03:29 – Sterke punten
04:24 – Polarisatie risico
05:18 – Thuistaal inzet
07:46 – Constructive alignment
09:17 – Leerling centraal
16:45 – Drie pijlers
22:17 – Campus aanpak
24:28 – Regie leerling
29:47 – Skills labs
31:53 – Middag sessie

Aan de slag met het schoolcurriculum: Hoe vertalen teams kerndoelen naar het onderwijs in de klas? LIVE op het SLO-congres

Dit is de tweede LIVE podcast die ik maakte op het SLO-congres ‘samen van doelen naar onderwijs’. In deze aflevering staat de doorvertaling van kerndoelen naar schoolcurriculum centraal. We bespreken verschillende vragen van luisteraars en publiek. Hoe ga je als team aan de slag met de geactualiseerde kerndoelen? Hoe bouw je aan ‘curriculum bewustzijn’ in je team en wat zijn handige aanpakken om meters te maken in de dagelijkse praktijk?

Hierover praat ik met Michelle Homburg, directeur Dalton IKC Plechelmus uit Hengelo. Ze deelt hoe ze met haar team vanuit een gedragen visie op leren, stappen is gaan zetten in het aanscherpen van het curriculum, de doorlopende leerlijn en de relatie met de dagelijkse lesactiviteiten. Ook aan tafel zit Geesje van Slochteren, projectleider curriculumontwikkeling op school verbonden aan het SLO. Geesje vertelt meer over hoe scholen aan de slag kunnen met hun curriculum nu de nieuwe kerndoelen er zijn. Ook bespreken we diverse tips en aanpakken om laagdrempelig in je school aan de slag te gaan.

Ook aan de slag met je curriculum in gesprek met je schoolteam? Maak curriculumontwikkeling zo klein zodat het altijd slaagt. Deze materialen helpen je op weg:

Teamgids curriculumanalyse: Ontdek samen met je team of jullie curriculum nog aansluit bij wat jullie beogen met jullie onderwijs. Met de teamgids curriculumanalyse onderzoek je met je team in drie bijeenkomsten of het huidige schoolcurriculum nog past bij jullie visie. Dit is een mooi startpunt voor gesprekken over de nieuwe kerndoelen. 

Curriculair spinnenweb: Met het curriculumkleed op tafel kom je beter in gesprek over het curriculum. Het curriculair spinnenweb laat zien hoe alle onderdelen van een curriculum met elkaar verbonden zijn, met ‘visie’ als centraal vertrekpunt. Door bewust naar elk onderdeel te kijken, werk je aan een krachtig curriculum en bewuste keuzes. 

Ontwikkelkaarten: De ontwikkelkaarten geven jou en je team denkvragen die je op weg helpen bij curriculumontwikkeling. De kaarten zijn verdeeld over de drie ontwikkelfases: analyse, ontwerp en evaluatie. Verzamel met je team de vragen die relevant zijn en zet de volgende stap in je ontwikkelproces. 

Evaluatietool:Vraag je je af of je schoolcurriculum kwaliteit heeft?Met deze evaluatietool stel je een plan op voor het evalueren van bijvoorbeeld een nieuw vak, projectonderwijs of onderwijsconcept. Je leert scherpe vragen stellen in elke fase van het ontwikkelproces.  

Of kijk voor meer informatie op: https://www.actualisatiekerndoelen.nl/aan-de-slag  

Bekijk ons gesprek eens op YouTube!

Aan de slag met de kerndoelen: Wat is er nodig op jouw school? LIVE op het SLO-congres

Dit keer ben ik te gast op het SLO-congres ‘samen van doelen naar onderwijs’. Het SLO is het landelijk expertisecentrum voor het curriculum in Nederland in het primair, speciaal en voortgezet onderwijs. En sterk onderwijs begint natuurlijk bij het vaststellen van wat we willen bereiken! Het ging hier de hele dag over het curriculum op school. Denk aan onderwerpen als basisvaardigheden, doorlopende leerlijnen, maar ook verdieping rondom examenprogramma’s. Wist je dat de doelen zijn geactualiseerd?

Maar ja, dan moet je er nog wel chocola van maken. En de tijd is schaars in het onderwijs. Waar te beginnen? En wat te doen als je het even helemaal niet meer weet? Daar gaan we het over hebben in deze podcast. Een echte eerst hulp bij herontwerp aflevering. Met veel vragen uit het publiek en uit de praktijk. Ik zit aan tafel met Luc Sluijsmans, bestuurder van Openbaar Onderwijs aan de Amstel. Ook is Luc lid van de Onderwijsraad. En mijn tweede gast is Lucie Gooskens, programmamanager bij het SLO.

De kerndoelen (40 voor po en 45 voor vo) zijn opgeleverd aan het ministerie van OCW. En jij kunt er nu al mee aan de slag! Wat kun je nu al doen?

Kerndoelen: Verdiep je in de kerndoelen en kijk wat je nu al kunt doen.

Curriculum: Voer met je team het gesprek over jullie curriculum. Beluister binnenkort ook de Tjipcast [Titel]

Leerlijnen: Denk mee over de ontwikkeling van leerlijnen.

Bekijk ons gesprek eens op YouTube!

Hoe ziet de relatie tussen adaptief vermogen en toekomstbestendig leraarschap eruit?

Dit is de eerste aflevering van een podcastreeks over werken in het onderwijs die ik maak op uitnodiging van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO). In deze aflevering staat de relatie tussen adaptief vermogen en toekomstbestendig leraarschap centraal. Samen met lector Wouter Schenke (Penta Nova) en docent Kees Verbeek (Jacobus Fruytier Scholengemeenschap) verkennen we hoe waardengericht leiderschap, professionele identiteit en collectieve reflectie bijdragen aan duurzame onderwijsontwikkeling.

Aanleiding vormt het NRO-onderzoek “Aankomst op uitzichtpunt: onderzoek naar adaptief vermogen in navigeren naar toekomstbestendig leraarschap”.

Er volgen binnen het thema ‘Leiderschap’ nog enkele andere afleveringen. Ook binnen de thema’s ‘Bestuurlijk Vermogen’ en ‘Human Resource Development (HRD)’ zullen enkele afleveringen volgen. 

Belangrijkste linkjes en bronnen van de aflevering:

Het NRO heeft rondom dit onderwerp ook andere relevante bronnen beschikbaar:

Meer weten over de podcastreeks?

Deze serie maak ik op uitnodiging van het Nationaal Regieorgaan onderwijsonderzoek (NRO) en de programmacommissie Werken in het onderwijs. In elke aflevering ga ik met een onderzoeker en een onderwijsprofessional in gesprek over een wetenschappelijk onderzoek, waarbij we van gedachten wisselen over wat het thema betekent voor het werk in de onderwijspraktijk. Deze podcast heeft als doel om de dialoog tussen praktijk en wetenschap te versterken door verschillende perspectieven en ervaringen te delen. Heb je vragen? We horen het graag. Laat een reactie achter via tjipcast.nl/vraag.

Bekijk ons gesprek eens op YouTube!

De dagelijkse administratie op school: Papieren rompslomp of kan het anders?

Hoeveel administratie is nou eigenlijk écht nodig in ons onderwijs?

In deze aflevering spreek ik met Alida Oppers, inspecteur-generaal bij de Inspectie van het Onderwijs en Nanouk Teensma, schoolleider van Jenaplanschool Het mooiste blauw in Nuenen, over de administratiedruk in het onderwijs. Hoeveel tijd besteden leerkrachten eigenlijk aan administratie? Wat is écht verplicht en wat doen we vooral uit gewoonte of voorzorg? En vooral: kan het simpeler? We bespreken een recente notitie hierover uitgebracht door de inspectie.

Als elke leraar wekelijks één uur minder kwijt zou zijn aan onnodige administratie, levert dit landelijk ontzettend veel op! De rekenkamer bracht hier ook al interessant rapport over uit. Sommige administratie is zinvol maar zeker niet alles. Toch blijft het lastig om bestaande patronen en misverstanden te doorbreken. Het kan dus wel anders, maar het lukt vaak niet in de praktijk. Zo wordt vaak gedacht dat de inspectie al die administratie eist, maar dat blijkt in de praktijk niet zo te zijn. Veel registraties, documentatie en werkprocessen zijn ontstaan binnen scholen of besturen zelf. Of ze komen voort uit kortlopende subsidies waar scholen gebruik van moeten maken. Kan dat anders? We nemen de eisen van de inspectie in deze podcast systematisch door.

Ook bespreken we hoe de georganiseerde autonomie in het huidige onderwijssysteem al gauw doorschiet naar de andere kant: overdadige controle en beheersing. Juist omdat scholen veel vrijheid hebben en daar onzeker over kunnen raken leggen ze soms onnodig veel vast waardoor de autonomie minder wordt! Tot slot verkennen we aanknopingspunten om het anders te organiseren: hoe borg je kwaliteit zonder te verdrinken in papierwerk?

🔑 Belangrijkste inzichten uit deze aflevering:

✨ Minder administratie kan ontzettend veel opleveren op landelijk niveau! Het loont kleine verbeteringen door te voeren. Deze hebben grote impact.

🛑 Veel administratie binnen scholen is niet wettelijk verplicht, maar ontstaan uit gewoonte of misverstanden.

⚖️ Autonomie is waardevol, maar kan leiden tot te veel vastleggen; kritisch blijven is essentieel en schrappen vraagt lef!

🤝 Samenwerking tussen inspectie, schoolleiders en teams kan helpen om administratie écht te versimpelen. Zoek elkaar op.

Wil je het rapport nalezen? Je kunt het hier downloaden. Bekijk ook nog eens de aflevering over het waarderingskader wat ter sprake kwam in deze aflevering!

Bekijk ons gesprek eens op YouTube!

Hoe kunnen we leerlingen beter een nieuwe taal leren?

Paul Jansen, docent Frans en ontwikkelaar van een vernieuwende communicatieve taalmethode, vertelt in deze aflevering hoe hij traditionele lesmethodes losliet om zijn leerlingen écht beter Frans te leren spreken. Zijn aanpak is gebaseerd op inzichten uit de taalverwervingswetenschap en draait om begrijpelijke input, veel spreken, creativiteit en plezier. Hij laat zien dat leerlingen veel meer kunnen dan ze zelf vaak denken — als je het taalonderwijs maar slimmer inricht.

🧠 Taalverwerving begint met begrijpelijke input
Je leert een taal niet door woordjes en grammatica te stampen, maar door veel en begrijpelijk Frans te horen en te lezen — net zoals kinderen hun moedertaal leren.

🗣️ De focus ligt op luisteren en spreken vóór lezen en schrijven
In de beginfase draait alles om klanken herkennen, zinnen begrijpen en durven reageren. Lezen en schrijven komen pas later, wanneer er voldoende taalgevoel is opgebouwd.

🚀 Zelfvertrouwen groeit als leerlingen merken dat ze echt kunnen communiceren
Wanneer leerlingen merken dat ze zinnen kunnen maken en begrepen worden, groeit hun motivatie — en wordt Frans geen vak meer, maar een vaardigheid.

🎧 Vond je dit een interessante aflevering? Abonneer je dan op Tjipcast via je favoriete podcast-app of op YouTube, zodat je geen nieuwe aflevering mist.

💬 Heb je een vraag, gedachte of boekentip? Laat van je horen via Tjipcast.nl/vraag – ik hoor graag wat je bezighoudt!

Hieronder vind je nog een aantal interessante linkjes, bronnen en verwijzingen:

Tot de volgende keer!

Bekijk ons gesprek eens op YouTube!